Leukemie

Leukemie is een vorm van kanker die ontstaat door een woekering van afwijkende kwaadaardige witte bloedcellen (leukocyten) in het beenmerg en/of bloed. Leukemie komt voor bij zowel volwassenen als kinderen. Er zijn verschillende soorten leukemie.

Afdeling

U kunt hiervoor terecht bij

Meer over

Leukemie ontwikkelt zich in de stamcellen in het beenmerg. Bij lymfatische leukemie zijn dit de stamcellen die normaal uitgroeien tot lymfocyten. Bij myeloïde leukemie zijn dit de stamcellen die normaal uitgroeien tot rode bloedcellen, granulocyten, monocyten of bloedplaatjes (myeloïde cellen).

Leukemie kan chronisch zijn of acuut. Bij acute leukemie hopen de onrijpe kwaadaardige stamcellen zich op in het beenmerg en verstoren de aanmaak van normale witte bloedcellen, rode bloedcellen en bloedplaatjes. Ook kunnen de kankercellen in de bloedbaan komen en zich verspreiden. Zonder behandeling leidt acute leukemie binnen een paar maanden tot overlijden. Bij chronische leukemie groeien de stamcellen deels uit tot rijpe witte bloedcellen, maar deze afwijkende kwaadaardige witte bloedcellen zijn minder goed in staat infecties te bestrijden. Chronische leukemie kan jarenlang sluimeren, maar uiteindelijk verdringen de kwaadaardige cellen de normale witte bloedcellen, rode bloedcellen en bloedplaatjes. 

Leukemie is op te delen in 4 soorten.

Acute lymfatische leukemie

Bij acute lymfatische leukemie (ALL) groeien er te veel onrijpe witte bloedcellen die normaal uitgroeien tot witte bloedcellen van het type B- en T-lymfocyten. Deze onrijpe cellen heten lymfoblasten. Elk jaar krijgen ongeveer 200 mensen in Nederland ALL. De ziekte komt het meest voor bij kinderen van 0 tot 14 jaar en is de meest voorkomende vorm van leukemie bij kinderen. ALL komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. De oorzaak is vaak onbekend. De invloed van blootstelling aan straling en industriële chemicaliën wordt onderzocht. Sommige infecties en bepaalde genetische aandoeningen – zoals het syndroom van Down en Fanconi anemie – vergroten de kans op ALL.

Acute myeloïde leukemie

Bij acute myeloïde leukemie (AML) groeien er teveel onrijpe witte bloedcellen die normaal uitgroeien tot witte bloedcellen van de types granulocyten en monocyten. Deze onrijpe cellen heten myeloblasten. Jaarlijks krijgen ongeveer 600 mensen in Nederland AML. De ziekte komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen en meestal na het 60e levensjaar. De oorzaak is vaak onbekend. De invloed van blootstelling aan straling en industriële chemicaliën wordt onderzocht. Sommige hematologische ziekten – zoals bepaalde myelodysplastische syndromen (MDS) en myeloproliferative aandoeningen (MPD of MPN) – en bepaalde genetische aandoeningen – zoals het syndroom van Down, Bloom syndroom en Fanconi anemie – vergroten de kans op AML.  

Chronische lymfatische leukemie

In de westerse wereld komt chronische lymfatische leukemie (CLL) het meest voor. Bij CLL groeien er teveel afwijkende kwaadaardige witte bloedcellen van het type B-lymfocyten. In Nederland krijgen elk jaar 600 tot 700 patiënten de diagnose CLL. CLL komt vooral voor bij volwassenen ouder dan 60 jaar en vaker bij mannen. De oorzaak van CLL is onbekend. Er is geen verband met blootstelling aan bestraling en chemicaliën of bepaalde afweeraandoeningen. Vermoedelijk is het een erfelijke aandoening, gezien CLL vooral voorkomt bij Kaukasiërs (blanke mensen) en in bepaalde families (waarbij de ziekte op steeds jongere leeftijd begint). CLL valt onder lymfeklierkanker. De ziekte hoeft niet altijd behandeld te worden.

Chronische myeloïde leukemie

Bij chronisch myeloïde leukemie (CML) groeien er te veel afwijkende kwaadaardige rijpe witte bloedcellen van het type granulocyten. Elk jaar krijgen in Nederland ongeveer 500 mensen CML. De ziekte komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen en meestal na het 50e levensjaar. CML komt zelden voor bij kinderen. De oorzaak van CML is onbekend. Wel komt CML vaker voor bij blootstelling aan radioactieve straling. Vaak hebben mensen met CML ook de genetische afwijking Philadelphia (Ph) chromosoom. Dit Ph-chromosoom produceert een eiwit waardoor CML kan ontstaan.

Symptomen

Bij acute leukemie zorgt een tekort aan rode bloedcellen en bloedplaatjes voor bloedarmoede, bloedingen en onverklaarbare blauwe plekken. Door een tekort aan normale witte bloedcellen bent u vatbaarder voor infecties die daardoor ook vaker terugkomen en waarvan u langzamer geneest. U kunt ook last hebben van vermoeidheid, koorts, hevig transpireren, gewichtsverlies, pijn in de botten, gezwollen lymfeklieren, gezwollen tandvlees, pijn op de borst en ongemak door een gezwollen milt of lever.

Chronische leukemie kan jaren aanwezig zijn zonder dat u dit merkt. Als de ziekte de normale bloedaanmaak steeds meer verstoord, kunt u onder andere last krijgen van bovenstaande symptomen.

Onderzoeken

U krijgt eerst een uitgebreid bloedonderzoek. Als hier afwijkingen uitkomen, krijgt u meestal een beenmergonderzoek om vast te stellen of u leukemie heeft, om welke vorm het gaat en in welk stadium het is. Met een cytogenetisch onderzoek (chromosomenonderzoek) onderzoekt de arts de cellen in het beenmerg op afwijkingen in het DNA. Soms kan dit via bloedonderzoek, maar meestal gebeurt dit via een beenmergpunctie. Het cytogenetisch onderzoek is er om de vooruitzichten van de ziekte te bepalen en de behandeling daarop af te stemmen. De PET-CT scan gebeurt in het Amsterdam UMC.

Behandelingen

Er zijn verschillende behandelingen voor leukemie. Acute leukemie moet direct behandeld worden. Bij chronische leukemie kan de arts wachten met behandelen als de ziekte nog in een vroeg stadium zit en u geen klachten heeft. U blijft wel onder controle.

Contact

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met de afdeling Hematologie via 036 868 87 16