Mola-zwangerschap

Bij een mola-zwangerschap is er bij of kort na de bevruchting iets misgegaan waardoor alleen de placenta doorgroeit. In plaats van een vruchtzakje met een embryo en een kloppend hartje is de baarmoederholte opgevuld met heel veel kleine blaasjes. Een mola-zwangerschap komt zelden voor (1 op de 2000 zwangerschappen) en de oorzaak is niet bekend.

Afdeling

U kunt hiervoor terecht bij

Symptomen

Meestal geeft een mola-zwangerschap geen bijzondere klachten en lijkt het op een normale zwangerschap waarbij u moe en misselijk kunt zijn.

Als de zwangerschapsduur vordert, neemt de kans op bloedverlies toe. Soms wordt bij een controle door de verloskundige geen hartje gehoord of lijkt de baarmoeder te groot voor de duur van de zwangerschap. Dit kunnen redenen zijn om een echo te laten doen. Een mola-zwangerschap kan ook bij toeval worden ontdekt als er een echo wordt gedaan om een andere reden.

Onderzoeken

Een mola-zwangerschap wordt vastgesteld met een echo. In plaats van een vruchtzakje met een embryo en een kloppend hartje zijn bij een mola-zwangerschap heel veel kleine blaasjes te zien die de baarmoederholte opvullen.

Als de echo laat zien dat er (zeer waarschijnlijk) sprake is van een mola-zwangerschap, krijgt u een longfoto om te zien of de mola-blaasjes zich verspreid hebben naar de longen.

Ook onderzoekt het laboratorium hoeveel zwangerschapshormoon (hCG) u in uw bloed heeft. Omdat de placenta dit hormoon aanmaakt, laat dit onderzoek zien hoe actief de mola is.

Behandelingen

Curettage

Bij een mola-zwangerschap adviseert de arts altijd een curettage. Bij een curettage worden altijd zoveel mogelijk mola-blaasjes verwijderd, maar er blijven altijd blaasjes achter. Het lichaam ruimt deze achtergebleven blaasjes meestal vanzelf op. Soms verdwijnen de mola-blaasjes niet uit de baarmoeder of groeien ze zelfs weer aan. Omdat na de behandeling achtergebleven weefsel opnieuw actief kan worden, is het beter om na een mola-zwangerschap te wachten met een nieuwe zwangerschap.

Nacontrole

Na de curettage krijgt u regelmatig een bloedonderzoek om de waarde van het zwangerschapshormoon te controleren. Als de mola-blaasjes niet uit de baarmoeder verdwijnen of weer aangroeien, heet dat een persisterende (blijvende) trofoblast. De mola kan zich via het bloed ook naar de longen uitbreiden of (bij hoge uitzondering) naar andere organen.

Chemotherapie

Een persisterende trofoblast kan een voorstadium zijn van een kwaadaardige aandoening. Daarom is chemotherapie nodig. Dit is een behandeling met celdodende medicijnen. De kans op volledige genezing is uitstekend.

Baarmoederverwijdering

Als er geen kinderwens is voor de toekomst, kan een baarmoederverwijdering ook in plaats van chemotherapie.

Contact

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met de afdeling Gynaecologie via 036 868 87 00