R.S. virus

Het R.S. virus (Respiratoir Syncytiaal) is een erg besmettelijk verkoudheidsvirus dat zich verspreidt door de lucht en via aanraking. Jonge kinderen kunnen er veel last van hebben omdat hun longen nog niet helemaal volgroeid zijn en ze nog moeilijk slijm op kunnen hoesten. Omdat baby’s alleen door de neus kunnen ademen, kunnen ze moeilijk ademhalen als hun neus is verstopt.

Afdeling

U kunt hiervoor terecht bij

Meer over

Na een R.S. infectie kan uw kind nog lang hoestklachten hebben. Ook het piepen en rochelen kan bij een volgende verkoudheid soms terugkomen. Als uw kind ouder en sterker wordt, verdwijnen deze klachten meestal vanzelf.

Symptomen

In het begin lijkt een R.S. infectie een gewone verkoudheid. Uw kind heeft een loopneus, niest, hoest en heeft soms wat koorts. Verder vallen de eerste klachten mee. Geleidelijk krijgt uw kind meer problemen met ademhalen doordat er slijm in de longen ontstaat. De ademhaling versnelt en gaat piepen. Uw kind kan met hoestbuien het slijm gaan opgeven en daardoor moeten spugen. Als uw kind ernstig ziek is, krijgt het een grauwe kleur en gaat het slecht drinken.

Onderzoeken

Als de arts twijfelt aan de diagnose kan uw kind een R.S. sneltest krijgen. Hierbij zuigt de arts met een slangetje een beetje slijm bij uw kind uit de neus. Het laboratorium onderzoekt het slijm en de uitslag is meestal dezelfde dag bekend. Soms maakt de arts een longfoto om te zien of uw kind een longontsteking heeft. Een bloedonderzoek kan laten zien hoe de gasuitwisseling tussen de ingeademde lucht en het bloed is, of uw kind een ontsteking heeft en of het last heeft van uitdroging.

Behandelingen

Er is geen medicijn tegen het R.S. virus. Uw kind zal goed moeten uitzieken en veel moeten rusten. De meeste kinderen herstellen gewoon thuis. Als uw kind erg benauwd is of te weinig eet en drinkt, is opname in het ziekenhuis nodig.

In het ziekenhuis ligt uw kind aan een monitor die de hartslag, de ademhaling en het zuurstofgehalte goed in de gaten houdt. Uw kind krijgt regelmatig neusdruppels en als dat nodig is zuigt de arts of verpleegkundige het slijm weg. Als uw kind extra zuurstof nodig heeft, krijgt het een zuurstofbrilletje of kapje. Soms krijgt uw kind medicijnen verneveld die de ziekteverschijnsel kunnen verminderen.

Als uw kind niet zelf kan eten en drinken, krijgt het voeding via een slangetje dat door de neus naar de maag gaat (sonde). Als voeding steeds wordt uitgespuugd, krijgt uw kind een infuus.

Om besmetting te voorkomen ligt u kind alleen op een kamer in isolatie. U mag bij uw kind slapen en uw kind mag bezoek ontvangen. De artsen en verpleegkundigen dragen bij direct contact met uw kind een schort, handschoenen en een mondkapje.

Contact

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met De Kinderkliniek via 036 763 00 30. Buiten kantoortijden is dit nummer doorgeschakeld naar het Flevoziekenhuis, waar u – alleen voor spoedgevallen – kunt vragen naar de dienstdoende kinderarts.