Scheelzien

Scheelzien (strabismus) wil zeggen dat beide ogen niet naar hetzelfde punt kijken. Bij latent of verborgen scheelzien kunnen de ogen wel recht kijken, maar hebben een neiging tot scheelzien.

Afdeling

U kunt hiervoor terecht bij

Meer over

Scheelzien (of strabismus) wil zeggen dat beide ogen niet naar hetzelfde punt kijken. Het afwijkende oog kan naar binnen of naar buiten staan (dit heet horizontaal scheelzien) of naar boven of naar beneden staan (dit heet verticaal scheelzien). Ook is een combinatie van horizontaal en verticaal scheelzien mogelijk. 

Hoe ontstaat scheelzien?

Meestal is er een aangeboren neiging tot scheelzien. In dat geval komt scheelzien bij meer mensen in de familie voor. Verziendheid kan meespelen bij het ontstaan van scheelzien. Hierbij moeten de ogen zo aangespannen worden om scherp te zien, dat de ogen als het ware ’doorschieten’ naar binnen toe. Een plusbril kan zorgen voor verbetering van het scheelzien. Verder komt scheelzien vaker voor bij te vroeg geboren kinderen en bij kinderen met een afwijking in de hersenen.

Latent scheelzien

Bij latent scheelzien hebben de ogen de neiging tot scheelzien, maar dit is niet altijd zichtbaar. Meestal bij vermoeidheid, ziekte of inspanning van de ogen kost het moeite om de ogen recht te houden. Hierdoor kunnen allerlei klachten ontstaan als dubbelzien, hoofdpijn, pijnlijke ogen of wazig zien. Deze klachten ontstaan met name bij inspanning van de ogen zoals bij langdurig lezen.

Symptomen

Een flinke scheelziensafwijking is duidelijk zichtbaar. Maar er zijn ook kleine scheel ziensafwijkingen, die niet of nauwelijks opvallen en daardoor minder ernstig lijken. De gevolgen zijn hetzelfde, maar een kleine afwijking kan meestal alleen door gericht onderzoek worden ontdekt. Het is mogelijk dat de afwijking al langere tijd bestaat en dat er sprake is van een lui oog.

Iemand die scheel kijkt, ziet geen diepte. Hierdoor kan het moeite hebben met afstanden en dieptes inschatten. De meeste mensen leren vanzelf hoe ze hiermee moeten omgaan.

Onderzoeken

De orthoptist voert een orthoptisch onderzoek uit. Dit onderzoek bestaat uit twee delen. Er wordt onderzocht welke oogspieren en/of –zenuwen zijn aangetast. Verder worden de stand en bewegingen van het oog onderzocht. Ook worden de gezichtsscherpte en de brilsterkte bepaald.

Behandelingen

Allereerst wordt er alles aan gedaan om de gezichtsscherpte van beide ogen zo goed mogelijk te maken. Bij een duidelijke afwijking van de oogsterkte wordt een bril geadviseerd. Bij een lui oog wordt het goede oog afgeplakt om het luie oog beter te leren zien. Soms wordt het scheelzien hierdoor minder erg, maar soms ook juist erger.

Indien de maximale gezichtsscherpte van beide ogen is bereikt met een bril en/of afplakken en er nog steeds storend scheelzien is, kunnen de ogen worden rechtgezet met een oogspieroperatie.

De behandeling van latent scheelzien

Allereerst is het belangrijk om een eventuele afwijking van de oogsterkte te corrigeren met een bril (of contactlenzen). Verder is met oefeningen het vermogen om de oogstand onder controle te houden vaak te verbeteren (zie ook folder oogspieroefeningen). Soms is een prismabril een oplossing. Hiermee wordt het beeld verplaatst en zal het minder moeite kosten om de ogen recht te houden. Nadeel is wel dat de afwijking hierdoor na een tijdje kan toenemen. Soms is een scheelziensoperatie nodig. Hierbij worden de oogspieren verplaatst, zodat de ogen minder de neiging hebben om af te wijken.

Contact

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met de afdeling Oogheelkunde via 036 868 87 33.
U kunt ook online een afspraak maken via MijnFlevoziekenhuis.