Stuitligging

Een kind dat tegen het einde van de zwangerschap met de billen, in plaats van het hoofd, omlaag ligt wordt een kind in stuitligging genoemd.

Afdeling

U kunt hiervoor terecht bij

Meer over

Meestal is onbekend waarom een kind in stuitligging ligt. Een stuitligging komt vaker voor bij een tweeling- of meerlingzwangerschap. Bij een afwijkende vorm van de baarmoeder of het bekken, bij een moederkoek of vleesboom die voor de uitgang ligt, bij aangeboren afwijkingen van het kind en vaker in de eerste maanden van de zwangerschap. Een kind in stuitligging kan vaak gewoon, via de schede, geboren worden waarbij de billen of voeten als eerste worden geboren. Ook kan een kind in stuitligging met een keizersnede worden geboren. Het kind in stuitligging kan tijdens de zwangerschap soms gedraaid worden naar alsnog een hoofdligging.

In Nederland hebben de gynaecologen een aantal voorwaarden afgesproken waaronder een kind in stuitligging via de schede geboren kan worden.

Wat is een stuitligging?

Bij een stuitligging ligt het hoofd van het kind boven in de baarmoeder, terwijl de billen (onvolkomen stuitligging) of de benen (volkomen stuitligging) beneden bij de ingang van het bekken liggen (zie onderstaand).

1a. Onvolkomen stuitligging:
met de benen omhoog

1b. Volkomen stuitligging:
met gebogen knieën langs het
lichaam zodat de voeten naast
de billen liggen.

1c. Half (on)volkomen stuitligging:
één been als volkomen, één been
als onvolkomen stuitligging.

1d. Voetligging: benen gestrekt
omlaag zodat een of beide voeten
onder de billen lig(t)(gen).

Hoe vaak komt een stuitligging voor?

Vroeg in de zwangerschap liggen veel kinderen in stuitligging. Dit neemt naarmate de zwangerschap vordert af. Rond de uitgerekende datum ligt ongeveer 3% van de kinderen in stuitligging.

Waarom ligt een kind in stuitligging?

Bij meer dan 85% van de zwangeren is het onbekend waarom een kind rond de uitgerekende datum in stuitligging ligt. Een stuitligging komt vaker voor bij:

  • een meerlingzwangerschap;
  • een afwijkende vorm van de baarmoeder of het bekken;
  • een voorliggende placenta (moederkoek) of een myoom (vleesboom) bij de ingang van het bekken;
  • aangeboren afwijkingen van het kind.

Onderzoeken

Bij een stuitligging krijgt u meestal een echo via de buik. De arts of echoscopist kijkt naar duidelijk zichtbare aangeboren afwijkingen, die zeldzaam zijn maar eventueel de oorzaak van de stuitligging kunnen zijn. Ook kijkt de arts naar de stand van het hoofd van de baby en beoordeelt de hoeveelheid vruchtwater, de ligging van de moederkoek en of er vleesbomen of andere afwijkingen zijn die de ingang van het bekken blokkeren.

Behandelingen

Het draaien van een kind in stuitligging

De risico’s voor kind en moeder zijn het kleinst bij een vaginale geboorte in hoofdligging, daarom wordt na week 37 van de zwangerschap geprobeerd het kindje te draaien. Voor 36-37 weken zwangerschapsduur draaien veel kinderen zelf nog tot een hoofdligging. Soms wordt het advies gegeven iets eerder of later te draaien, meestal afhankelijk van de hoeveelheid vruchtwater. Wanneer de stuitligging later ontdekt is, kan tot aan de bevalling het draaien bijna altijd geprobeerd worden.

Contact

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met de afdeling Verloskunde via 036 868 8700.