Te groot of te klein kindje

Soms blijkt tijdens een zwangerschapscontrole dat de baarmoeder te klein of te groot is voor de duur van de zwangerschap. De baby is dan te klein of te groot.

 

Afdeling

U kunt hiervoor terecht bij

Meer over

Als de baarmoeder meer dan 2 weken groter dan verwacht is, op basis van de zwangerschapsduur, heet dit positieve discongruentie. Als de baarmoeder meer dan 2 weken kleiner dan verwacht is, op basis van dezwangerschapsduur, heet dit negatieve discongruentie. Er kunnen verschillende oorzaken zijn voor positieve of negatieve discongruentie. Het kan zijn dat het kindje ‘gewoon’ te groot (bij positieve discongruentie) of te klein (bij negatieve discongruentie) is. Of dat de berekening van de zwangerschapsduur onjuist is. 

Er kan ook een andere oorzaak zijn. Zo kan positieve discongruentie komen door zwangerschapsdiabetes. Negatieve discongruentie kan komen door een niet goed functionerende placenta, bijvoorbeeld als gevolg van een te hoge bloeddruk of roken. Een kindje kan ook een groeivertraging krijgen door een chromosomale afwijking of een infectie. Er zijn 2 verschillende soorten groeivertragingen:

  • asymmetrische groeivertraging: de groeivertraging geldt niet voor het hele lichaam van het kindje, bijvoorbeeld als het kindje een veel te kleine buik heeft in verhouding tot de rest van het lichaam;
  • symmetrische groeivertraging: het hele lichaam van het kindje is vertraagd in groei.

Onderzoeken

Als uw kindje niet normaal lijkt groeien, krijgt u een groeiecho. Als blijkt dat uw kindje werkelijk te groot of te klein is, wordt u doorverwezen naar de gynaecoloog. De gynaecoloog kan verschillende onderzoeken voor u aanvragen om te achterhalen wat de oorzaak van de positieve of negatieve discongruentie is. Als uw kindje te groot is, laat de gynaecoloog bijvoorbeeld een bloedonderzoek doen om vast te stellen of u zwangerschapsdiabetes heeft. Is uw kindje te klein? Dan krijgt u meestal een CTG-onderzoek om de conditie van uw kindje te bepalen.

Behandelingen

Blijkt uit de onderzoeken dat uw kindje ‘gewoon’ te groot of te klein is, dan is behandeling niet nodig.

Bij een te groot kindje door zwangerschapsdiabetes wordt de bevalling vaak ingeleid. Als dat nodig is, laten we uw kindje na de geboorte controleren door de kinderarts.

Bij een groeivertraging schrijft de arts het eerste bedrust voor. Het liefst in linker zijligging, omdat dit zorgt voor een betere doorbloeding van de placenta en een toename van de hoeveelheid vruchtwater. Overmatige activiteit en stress is schadelijk voor de groei van het ongeboren kindje. Als u bedrust moet houden wil dit zeggen dat u alleen op mag om naar de douche of het toilet te gaan.

Soms, bijvoorbeeld bij een te klein kindje door een niet goed functionerende placenta, moet u worden opgenomen in het ziekenhuis.

Contact

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met de afdeling Verloskunde via 036 868 8700.