Te vroeg geboren baby (prematuur)

Als een baby voor de 37ste zwangerschapsweek wordt geboren, is dit een vroeggeboorte. Dit gebeurt bij ongeveer 1 op de 10 zwangerschappen. Als een baby te vroeg is geboren, zijn sommige organen zoals de longen en het maag- en darmstelsel nog niet voldoende gegroeid. Vroeggeboren baby’s (prematuur) hebben vaak problemen met het regelen van hun lichaamstemperatuur, ademhalen, hun afweer, het reguleren van bloedsuiker en drinken.

Afdeling

U kunt hiervoor terecht bij

Meer over

Oorzaken

Een vroeggeboorte kan verschillende oorzaken hebben. Het kan bijvoorbeeld bij de moeder te maken hebben met een afwijkende werking van de baarmoederhals, zwangerschapsvergiftiging, hoge bloeddruk, infecties en het gebruiken van alcohol of drugs. Ook meerlingzwangerschappen, aangeboren afwijkingen, chromosoomafwijkingen of infecties bij de baby vergroten de kans op een vroeggeboorte.

Afdeling Neonatologie

Een vroeggeboren kindje wordt opgenomen op de afdeling Neonatologie. Als ouder mag u dag en nacht bij uw kindje zijn. De verpleegkundigen helpen u zodat u de zorg voor uw kindje zoveel mogelijk samen of zelf kunt doen. Omdat te vroeg geboren baby’s anders reageren op aanraking en prikkels, leert u van de verpleegkundige hoe u uw baby goed kunnen vasthouden en verzorgen. Hierdoor kunt u uw kindje aanraken en voelt het zich veiliger.

Symptomen

Een te vroeg geboren kindje is kleiner en lichter dan een voldragen pasgeborene. Het hoofdje is in verhouding met het lichaam wat groter en de huid is nog dun en kwetsbaar met donsachtige haartjes. Het kraakbeen is nog zacht en bepaalde organen zijn nog niet goed ontwikkeld.

Premature baby’s hebben vaak ademhalingsproblemen doordat de longen nog onvoldoende gerijpt zijn. Doordat ze kunnen ‘vergeten’ te ademen, kan het hartritme even vertragen (dit heet bradycardie). Te vroeg geboren baby’s kunnen vaak nog niet zelf drinken en verdragen voeding minder goed. Doordat de bloedsuikerspiegel van het kindje nog niet stabiel is, kan het een lage bloedsuiker hebben. Een prematuur kindje kan geel zien omdat de lever nog niet goed werkt.

Onderzoeken

Bij een te vroeg geboren baby zijn meestal verschillende onderzoeken nodig. 

Behandelingen

De behandeling is voor elk kind uniek en afhankelijk van onder andere de duur van de zwangerschap, het gewicht van de baby en eventuele complicaties. Een baby kan in een open of gesloten couveuse liggen en mogelijk intensieve zorg krijgen van een gespecialiseerd team van (kinder)artsen/neonatologen, neonatologieverpleegkundigen en verpleegkundig specialisten.

Premature kindjes krijgen vaak sondevoeding, een infuus voor medicatie en vocht en ondersteuning bij de ademhaling. Ook kinderfysiotherapie kan bij de behandeling horen.

Sondevoeding

Een kindje dat nog niet zelf kan drinken, krijgt een slangetje (sonde) dat via de neus rechtstreeks naar de maag gaat. Zo kan de spijsvertering langzaam op gang komen. Het kind krijgt bij voorkeur moedermelk, en als die er niet is, kunstvoeding. Geleidelijk wordt af en toe geprobeerd of het kind al rechtstreeks kan drinken aan de borst of anders uit een flesje.

Infuus

Met een infuus kan een baby medicijnen en soms ook voeding in de vorm van glucose of vocht krijgen. Dit gaat rechtstreeks vanuit de infuuspomp met een slangetje de bloedbaan in. Het infuus kan in een arm, been, op het hoofd of in het navelstompje gaan.

Beademing

Veel te vroeg geboren baby’s hebben moeite met zelfstandig ademen. Hiervoor kunnen ze ondersteuning krijgen door middel van een zuurstofmaskertje of via 2 kleine sprietjes in de neus.

Kinderfysiotherapie

Bij te vroeg geboren baby's is het gebruikelijk dat ook de fysiotherapeut bij de zorg wordt betrokken. De fysiotherapeut kijkt naar de ontwikkeling van de baby en geeft adviezen over hoe de baby het beste neergelegd kan worden. Ook geeft de fysiotherapeut adviezen over hoe de baby goed vastgehouden, ondersteunt en gestimuleerd kan worden. Daarnaast geeft de fysiotherapeut ook drinkadviezen.

Contact

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met De Kinderkliniek via 036 763 00 30. Buiten kantoortijden is dit nummer doorgeschakeld naar het Flevoziekenhuis, waar u – alleen voor spoedgevallen – kunt vragen naar de dienstdoende kinderarts.