Trombose en embolie

Bij een trombose ontstaat er een stolsel in het bloed. Een stolsel in een ader heet een veneuze trombose. Vaak zit een trombose in de ader van een been of arm. Als een stukje stolsel losschiet, komt deze in de bloedbaan en komt het vast te zitten in de longen. Dit heet een longembolie. Een stolsel in een slagader heet arteriële trombose. Trombose in de slagaders in de hersenen leidt tot een herseninfarct. Trombose in de kransslagaders van het hart leidt tot een hartinfarct.

Afdeling

U kunt hiervoor terecht bij

Meer over

Trombose kan onder andere ontstaan door:

  • erfelijke factoren (erfelijke trombofilie);
  • hormoonbehandeling, zoals het gebruik van de anti-conceptiepil;
  • een trage bloedstroom door langdurige bedrust of lange perioden stilzitten (vliegreizen);
  • operaties;
  • auto-immuunaandoeningen: anti-fosfolipiden syndroom (AFS);
  • beenmergaandoeningen met teveel bloedplaatjes of rode bloedcellen (Essentiele trombocythemie en Polycythemia Vera).

De kans op een trombose is groter als u:

  • eerder trombose heeft gehad;
  • trombose in uw familie heeft;
  • ouder wordt;
  • kanker heeft;
  • zwanger of net bevallen bent;
  • overgewicht heeft.

Symptomen

Trombosebeen

  • verkleuring van de benen
  • warme huid
  • pijnlijke kuit of been
  • gezwollen kuit of been
  • zichtbare oppervlakkige aderen
  • vermoeide benen

Longembolie

  • kortademigheid
  • snelle pols
  • overmatig zweten
  • pijn op de borst
  • ophoesten van bloed
  • flauwvallen

Onderzoeken

Voor het vaststellen van trombose of een embolie doet de arts verschillende onderzoeken.

Behandelingen

Om te voorkomen dat de trombose zich uitbreidt of dat het stolsel in de longen (longembolie) komt, krijgt u direct een behandeling met stollingsremmende medicijnen.

Contact

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met de afdeling Hematologie via 036 868 87 16 of de afdeling Vasculaire geneeskunde via 036 868 87 17.