Verwardheid (delier) op de Intensive care

Een delier is een acuut optredende verwardheid. Een delier kan duidelijk aanwezig zijn en merkbaar in de omgang met de patiënt. Vooral bij ouderen en bij ernstig zieke mensen kan een delier optreden. De periode van de verwardheid kan verschillen van enkele uren tot dagen, afhankelijk van de ernst van de lichamelijke aandoening, de leeftijd van de patiënt en de conditie van de patiënt. Een delier is iets anders dan dementie of een depressie.

Afdeling

U kunt hiervoor terecht bij

Meer over

Een delier kan vele oorzaken hebben, maar het komt altijd door een lichamelijke ziekte of aandoening. Voorbeelden hiervan zijn: 

  • een operatie
  • hart- en longziekten
  • ontstekingen
  • stoornissen in de stofwisseling
  • hersenletsel
  • medicijngebruik
  • bestaande geheugenproblemen zoals dementie
  • slecht horen of slecht zien
  • hoge leeftijd
  • traumatische gebeurtenis
  • te weinig slaap

Op de Intensive care (IC) liggen ernstig zieke patiënten die meestal 24 uur per dag intensief verzorgd worden. Het 24 uurs ritme van de IC met daarbij de ernstige lichaamsconditie (ziekte) van de patiënt maakt dat deze patiënten een sterk verhoogde kans hebben om een delier te ontwikkelen.

Risico op delier verkleinen

Op de IC wordt er alles aan gedaan om het risico op een delier te verkleinen. Dan moet u bijvoorbeeld denken aan het zoveel mogelijk nastreven van dag- en nachtritme. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van verschillende hulpmiddelen om de patiënt in het hier en nu te houden en terug te krijgen na een coma. Hierbij kunt u denken aan de grote klokken op de patiëntenkamers met tijd en datum, whiteboards met gepaste informatie voor de patiënt, een 'wie ben ik lijst' zodat we beter in kunnen spelen op de gewoontes van de patiënt (voornaam, geliefde muziek/tv-programma’s) en mobiliseren in de stoel wanneer het medisch verantwoord is.

Symptomen

Wat de verschijnselen zijn hangt erg af van de ernst van het delier. Mogelijke symptomen zijn:

  • Patiënt kan verminderd helder zijn of juist heel waakzaam.
  • Patiënt kan onrustig zijn, rommelen met de dekens of juist heel slaperig zijn.
  • Het geheugen van de patiënt kan tijdelijk tekort schieten waardoor de patiënt mogelijk ook angstig wordt. Reactie hierop kan achterrdochtigheid of agressiviteit zijn.
  • De patiënt kan de werkelijkheid anders ervaren en dingen zien of horen die er niet zijn.
  • De patiënt kan zijn dag- en nachtritme omgooien waarbij hij/zij ’s nachts aan het spoken is en overdag veel slaapt.

Behandelingen

De behandeling van een delier bestaat voor het grootste gedeelte uit de preventieve maatregelen die hier boven zijn beschreven. Daarnaast is het noodzakelijk om vooral een goede nachtrust na te streven en de patiënt in veiligheid te brengen en te houden. Hiervoor kan het soms nodig zijn om de patiënt te fixeren aan zijn bed zodat de patiënt geen gevaar is voor zichzelf. Ook kan de arts medicijnen voorschrijven die het delier en in ieder geval de angst zouden moeten verminderen.