Zwangerschap en diabetes

Bij diabetes (suikerziekte) is er te veel suiker (glucose) in het bloed: de bloedsuikerspiegel is te hoog. Diabetes kan al bestaan voordat er sprake is van een zwangerschap.  Ontstaat diabetes tijdens de zwangerschap, dan gaat het meestal om zwangerschapsdiabetes.

Afdeling

U kunt hiervoor terecht bij

Meer over

Diabetes kan gevolgen hebben voor de zwangerschap of de bevalling, zowel voor uzelf als voor uw baby. Het is belangrijk dat de bloedsuikerspiegel onder controle wordt gehouden en dat u begeleid wordt door de gynaecoloog, de internist, de diabetesverpleegkundige, de oogarts en eventueel door de diëtiste. De behandeling bestaat uit een dieet of injecties met insuline.

Wat is diabetes?

Wanneer er in de alvleesklier (pancreas) geen of te weinig insuline wordt aangemaakt, of wanneer de hoeveelheid insuline voldoende is maar de behoefte aan insuline (te) hoog is, spreekt men van diabetes (suikerziekte). Insuline is een hormoon dat samen met andere hormonen de hoogte van de suikerspiegel (het glucosegehalte) in het bloed regelt. Is er te weinig insuline, dan blijft de bloedsuikerspiegel te hoog: u krijgt dorst en gaat veel drinken en plassen. Als de bloedsuikerspiegel langere tijd te hoog is, kan er schade aan de bloedvaten ontstaan. Daardoor kan weer verdere schade ontstaan, onder andere aan de nieren en de ogen. Als de bloedsuikerspiegel bij de moeder tijdens de eerste weken van de zwangerschap te hoog is, kunnen bij de baby aangeboren afwijkingen ontstaan; de baby kan ook te zwaar worden.

Vormen van diabetes

Diabetes mellitus type 1

Bij diabetes type 1 (insuline afhankelijke diabetes) wordt er te weinig insuline aangemaakt door een stoornis in de alvleesklier. Dit wordt meestal al duidelijk voor het twintigste jaar. Ongeveer 1% van alle mensen heeft diabetes type 1.

Diabetes mellitus type 2

Bij diabetes type 2 (ouderdomsdiabetes) is de aanmaak van insuline voldoende, maar bestaat er meer behoefte aan insuline. Dit is bijvoorbeeld het geval bij ouderen en steeds vaker tegenwoordig ook bij jonge mensen met overgewicht. Ongeveer 2% van alle mensen heeft diabetes type 2.

Zwangerschapsdiabetes

Ontstaat tijdens de zwangerschap diabetes, dan gaat het meestal om zwangerschapsdiabetes. Dit ontstaat meestal tussen de 24e en 28e zwangerschapsweek. Ook bij deze vorm van diabetes is de behoefte aan insuline gestegen, net zoals bij diabetes type 2. Meestal heeft u hierbij geen klachten, maar het is wel belangrijk de bloedsuikerspiegels zo normaal mogelijk te houden.

U heeft een grotere kans op zwangerschapsdiabetes als:

  • er in uw familie diabetes voorkomt;
  • uw eerdere kinderen een hoog geboortegewicht hadden;
  • u bij een vorige zwangerschap zwangerschapsdiabetes had;
  • een van uw kinderen al voor de geboorte is overleden;
  • u overgewicht heeft.

Als na de zwangerschap de behoefte aan insuline weer afneemt kan deze vorm van diabetes weer verdwijnen. Wel bestaat er een kans van 20-40 procent dat u op oudere leeftijd alsnog diabetes type 2 krijgt.

Kinderwens

Als u zwanger wilt worden en u heeft diabetes 1 of 2, dan is het verstandig om al vóór de bevruchting de bloedsuikerspiegel zo stabiel mogelijk binnen de normale waarden te houden. Wanneer er bij de bevruchting sterke schommelingen in de bloedsuikerspiegel zijn, is de kans groter dat uw baby aangeboren afwijkingen krijgt. Een maat voor deze schommelingen is het HbA1c. Bespreek met uw arts bij welke waarden van de bloedsuikerspiegel en HbA1c u het veiligst zwanger kunt raken.
Tijdens de zwangerschap mag u insuline spuiten. Gebruikt u echter bloedsuikerverlagende tabletten voor de diabetes, dan moet u daarmee al voor de bevruchting stoppen. Deze tabletten kunnen bij de baby afwijkingen in het skelet veroorzaken. Het kan verstandig zijn vóór de zwangerschap een controle bij de oogarts aan te vragen.

Tijdens de zwangerschap

Bij diabetes type 1 en 2 weet u zelf meestal al goed hoe moet omgaan met de schommelingen in de bloedsuikerspiegel. In de zwangerschap neemt de behoefte aan insuline toe, vooral tussen de 16e en de 32e week. De hoeveelheid insuline die u nodig heeft, moet dan ook steeds worden aangepast. Na de 32e week neemt de behoefte aan insuline weer af en kunnen er vaker (te) lage bloedsuikerspiegels ontstaan. Als de bloedsuikerspiegel sterk schommelt, kunnen beschadigingen ontstaan aan de bloedvaten, nieren of ogen. Bestaande beschadigingen kunnen verergeren. Een goede regeling is dus belangrijk, ook tijdens de zwangerschap.
Bij zwangerschapsdiabetes heeft u meestal zelf weinig tot geen klachten. De kans is wat groter dat u een hoge bloeddruk krijgt.

Wat betekent diabetes voor uw baby?

  • Bij diabetes type 1 en 2: verhoogde kans op aangeboren afwijkingen, overlijden van het kind voor de geboorte en loslaten van de moederkoek (placenta).

  • Bij alle vormen van diabetes: er kan een hogere kans zijn op een hoog geboortegewicht en verminderde longrijping.

De bevalling

In verband met de beschreven risico's zal de bevalling meestal voor de uitgerekende datum gestart worden. U wordt dan ingepland voor een inleiding. Er wordt een infuus ingebracht. Gebruikt u insuline, dan krijgt u een glucose infuus met insuline. U hoeft zelf tot na de bevalling geen insuline meer te spuiten.
Tijdens de bevalling kan de bloedsuikerspiegel sterk schommelen. Daarom moet elke 1 à 2 uur uw bloedsuiker gecontroleerd worden. Het is handig als u uw eigen bloedsuikermeter mee neemt zodat u dan zelf de bloedsuikers kan controleren. De conditie van de baby wordt tijdens de bevalling gecontroleerd door bewaking van het hartritme (CTG). Als de baby een hoog geboortegewicht heeft, kan de bevalling soms moeizamer verlopen; soms wordt dan besloten om een keizersnede te doen.

Na de bevalling

Omdat de glucosewaarde van de baby na de geboorte sterk kan dalen, wordt na de bevalling bij uw baby de bloedsuikerspiegel verschillende keren bepaald. Houdt u er daarom rekening mee dat u minimaal 24 uur moet blijven na de bevalling. Er bestaat geen bezwaar tegen borstvoeding. Als uw baby borstvoeding geeft, geven we de baby ook bijvoeding om de bloedsuikerspiegel goed op pijl te houden. Als de bloedsuiker van de baby te laag is en niet voldoende met voeding omhoog gaat, dan wordt uw baby opgenomen op de kinderafdeling. Eventueel geeft de kinderarts uw baby een infuus met glucose; bij diabetes type 1 gebeurt dit bijna altijd. Als de longen van uw baby nog niet helemaal rijp zijn, kan de ademhaling moeilijk op gang komen.

Symptomen

Zwangerschapsdiabetes

Vaak merken zwangere vrouwen niet dat hun bloedsuiker verhoogd is. Sommige vrouwen krijgen wel klachten, zoals:

  • veel plassen;
  • dorst, veel drinken;
  • vermoeidheid;
  • jeuk;
  • veel vruchtwater;
  • een baby die groot is voor de duur van de zwangerschap.

Onderzoeken

Om de bloedsuikerspiegel te onderzoeken zijn er verschillende testen. Deze worden gebruikt om te bepalen of u diabetes heeft en als u diabetes heeft om te controleren of een behandeling goed aanslaat. Heeft u een hogere kans op zwangerschapsdiabetes, dan krijgt u tussen de 24e en de 28e week van de zwangerschap een bloedonderzoek.

Behandelingen

De behandeling is afhankelijk van de onderzoeksresultaten.

Te hoge waarde

Is de bloedsuikerspiegel echt te hoog, dan kan de arts u adviseren af te vallen, meer te bewegen of een dieet zonder suiker en met weinig koolhydraten te volgen. Hierbij moeten de maaltijden zo gelijkmatig mogelijk over de dag worden verdeeld. Als zo'n dieet te weinig effect heeft, krijgt u insuline. U kunt leren uzelf onderhuidse injecties met insuline te geven of u krijgt een pompje onder de huid. De hoeveelheid insuline is afhankelijk van de bloedsuikerspiegels. Deze leert u zelf meten met een bloedsuikermeter en een prik in de vinger.

Lage waarde

Lage waarden zijn minder schadelijk, maar zij kunnen ervoor zorgen dat u zich akelig voelt, draaierig wordt of zelfs flauwvalt. Het helpt dan om iets zoets te eten of te drinken, zoals bijvoorbeeld druivensuiker of zoete limonade.

Contact

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met de afdeling Verloskunde via 036 868 8700.