Zwangerschapsdiabetes

Bij diabetes (suikerziekte) is er te veel glucose (suiker) in het bloed, de bloedglucose is te hoog. Ontstaat diabetes tijdens de zwangerschap dan gaat het meestal om zwangerschapsdiabetes, dit wordt vastgesteld na een glucosetest (Orale Glucose Tolerantie Test).

Afdeling

U kunt hiervoor terecht bij

Meer over

De werking van de stofwisseling

Koolhydraten(de suiker in de voeding) zijn een belangrijke energiebron en bouwstof voor het lichaam. Koolhydraten worden opgenomen via de darmen en komt daarna als glucose in de bloedbaan terecht. De lever maakt ook glucose aan en brengt deze in de bloedbaan, dit gebeurt vooral s ’nachts . Hierdoor kan uw bloedglucose nuchter stijgen terwijl u niets eet. Vanuit de bloedbaan wordt de glucose naar de lichaamscellen vervoerd. Hiervoor is insuline nodig. Insuline is te vergelijken met een sleutel die het slot van de cel opendraait.

Wat gebeurt er tijdens de zwangerschap

Zwangerschapsdiabetes ontstaat meestal tussen de 24e en 28e zwangerschapsweek. De behoefte aan insuline is dan gestegen door hormonale veranderingen tijdens de zwangerschap waardoor de lichaamscellen minder gevoelig zijn voor insuline. Meestal heeft u hierbij geen klachten. Zwangerschapsdiabetes komt voor bij 1 op de 20 zwangerschappen.

U heeft een grotere kans op zwangerschapsdiabetes als

  • er in uw familie diabetes voorkomt;
  • uw eerdere kinderen een hoog geboortegewicht hadden
  • u bij een vorige zwangerschap zwangerschapsdiabetes had;
  • er sprake is van een niet Europese etniciteit;
  • u overgewicht heeft;
  • als een van de kinderen al voor de geboorte is overleden;
  • u het polycysteus ovariumsyndroom heeft.

Zwangerschapsdiabetes wordt meestal vastgesteld via een glucosetest. Wanneer de glucosetest afwijkende waarden aangeeft wordt u via de gynaecologie afdeling verwezen naar de diabetespoli , daar start de behandeling voor de zwangerschapsdiabetes.

Mogelijke gevolgen van een te hoge glucosewaarde voor de zwangerschap

  • Het kind wordt te groot voor de zwangerschapsduur. Dit kan schade geven bij het kind tijdens de bevalling of mogelijk moet er een keizersnede plaatsvinden
  • Vroeggeboorte
  • Meer vruchtwater omdat het kind meer plast bij een verhoogde bloedglucose
  • Een grotere kans op zwangerschapsvergiftiging bij de moeder
  • Een te lage glucose bij het kind na de geboorte

De bevalling

Bij gebruik van medicatie in de zwangerschap (insuline) is het mogelijk dat de bevalling al voor de uitgerekende datum ingeleid zal worden. Er wordt dan een datum ingepland om te gaan bevallen.

Na de zwangerschap

Bij alleen een aanpassing van het dieet tijdens de zwangerschap kan er direct na de zwangerschap gestopt worden met bloedglucose meten.  De glucosecontrole na de zwangerschap zal verder via de huisarts verlopen. Bij gebruik van insuline zal er een nacontrole op de diabetespoli plaatsvinden 6 tot 8 weken na de bevalling. Zwangerschapsdiabetes brengt een verhoogde kans met zich mee om diabetes mellitus type 2 te ontwikkelen. Daarom wordt geadviseerd om gedurende 5 jaar na de bevalling jaarlijks een nuchtere bloedglucose bij de huisarts te prikken. Er bestaat een kans dat bij een volgende zwangerschap opnieuw zwangerschapsdiabetes optreedt.

 

Symptomen

Zwangerschapsdiabetes

Vaak merken zwangere vrouwen niet dat hun bloedsuiker verhoogd is. Sommige vrouwen krijgen wel klachten, zoals:

  • veel plassen;
  • dorst, veel drinken;
  • vermoeidheid;
  • jeuk;
  • veel vruchtwater;
  • een baby die groot is voor de duur van de zwangerschap.

Onderzoeken

Om de bloedsuikerspiegel te onderzoeken zijn er verschillende testen. Deze worden gebruikt om te bepalen of u diabetes heeft en als u diabetes heeft om te controleren of een behandeling goed aanslaat. Heeft u een hogere kans op zwangerschapsdiabetes, dan krijgt u tussen de 24e en de 28e week van de zwangerschap een bloedonderzoek.

Behandelingen

De zwangerschapsdiabetes wordt behandeld door het team van internist/verpleegkundig specialist diabeteszorg, de diabetesverpleegkundige en de diëtist. De behandeling is erop gericht om een hoge bloedglucose en gevolgen hiervan te voorkomen.  In eerste instantie wordt geprobeerd de bloedglucose te verlagen door het aanpassen van de voeding. Verder helpt beweging (bijvoorbeeld wandelen) om de bloedglucose te verlagen.  Wanneer de bloedglucose te hoog blijft dan is de standaard behandeling insuline injecteren. Om de bloedglucose te kunnen meten krijgt u een bloedglucosemeter.

Contact

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met de afdeling Verloskunde via 036 868 8700.