Blindedarm verwijderen bij kinderen

Een ontstoken blindedarm kan het beste worden verwijderd. Dit heet een appendectomie en gaat via een kleine snee rechts in de onderbuik of met een kijkoperatie (laparoscopie). Dit gebeurt onder volledige verdoving, waardoor het kind niets van de operatie merkt.

Afdeling

U kunt hiervoor terecht bij

Voorbereiding

  • Voor de operatie krijgt uw kind pijnstillers van de verpleegkundige op de afdeling. Vaak is dit een zetpil of tablet.
  • Omdat uw kind onder narcose gaat, moet het voor de operatie nuchter zijn. Het mag dan een aantal uren voor de operatie niet meer eten of drinken.

Behandeling

Voor de narcose krijgt uw kind een infuus. Omdat sommige kinderen bang zijn voor prikken, kan de verdoving ook met narcosegas via een neus- en mondkapje. Uw kind valt door de narcose in een diepe slaap en merkt niets van de operatie. Tot die tijd kunt u meestal bij uw kind blijven. Zodra uw kind helemaal onder narcose is, brengt de verpleegkundige u naar de ouderkamer op de afdeling waar u kunt wachten tot de operatie is afgelopen.

Tijdens de operatie maakt de arts een kleine snee rechts in de onderbuik waardoor de blindedarm wordt verwijderd. Bij een kijkoperatie brengt de arts de instrumenten samen met een kleine camera in de buik via een gaatje door de navel of via een aantal gaatjes in de buikwand. Met de camera kan de arts de handelingen zien op het beeldscherm en zo opereren.

Als uw kind weer terug is op de uitslaapkamer, wordt u geroepen of gebeld. U kunt bij uw kind blijven tot het goed wakker is.

Na behandeling

  • Na de operatie heeft uw kind een infuus voor vocht en medicijnen.
  • Op de wond(jes) zit een pleister.
  • Als pijnstilling krijgt uw kind na de operatie om de 6 of 8 uur een zetpil of tablet.
  • Meestal mag uw kind 1 dag na de operatie weer naar huis.

Contact

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met De Kinderkliniek via 036 763 00 30. Buiten kantoortijden is dit nummer doorgeschakeld naar het Flevoziekenhuis, waar u – alleen voor spoedgevallen – kunt vragen naar de dienstdoende kinderarts.