Dotterbehandelingen en stent plaatsen in de benen

  Bij een dotterprocedure wordt een vernauwing van de slagader met een ballonnetje opgerekt.

Afdeling

U kunt hiervoor terecht bij

Voorbereiding

Voor de dotterbehandeling geldt meestal een kortdurende (1 nacht) ziekenhuisopname. 

Behandeling

Op de röntgenafdeling neemt de laborant u mee naar de onderzoekskamer voor een laatste check. Daarna gaat u op de onderzoekstafel liggen. Beide liezen worden met desinfectievloeistof steriel gemaakt. Vervolgens wordt u met steriele groene lakens toegedekt om het risico op een infectie zo klein mogelijk te maken. De vaatchirurg of interventieradioloog en röntgenlaborant hebben om daarom ook steriele jassen en handschoenen aan.

U krijgt een prik in de lies voor de verdoving. Wanneer de verdoving werkt, prikt de behandelende arts de liesslagader aan. Er wordt een dun slangetje (een katheter) over een geleidedraad (voerdraad), in de liesslagader geschoven. Hier merkt u weinig van. Als de katheter op de goede plek ligt, wordt de contrastvloeistof ingespoten om de bloedvaten zichtbaar te maken op de röntgenfoto. De contrastvloeistof geeft een warm gevoel. Dit trekt vrij snel weer weg, maar het is heel belangrijk dat u stil blijft liggen voor het maken van enkele series röntgenfoto’s. Als behandeling via de lies niet mogelijk is, kan een bloedvat op een andere plek (arm/oksel/voet) worden aangeprikt.

Dan wordt een ballonnetje via de geleidedraad, die al in uw bloedvat zit, ingebracht tot aan de vernauwing die behandeld moet worden. Als het ballonnetje precies op de goede plaats ligt, wordt het ballonnetje tot een hoge druk opgepompt waardoor de vernauwing in het bloedvat wordt opgerekt. De ballon blijft dan enige seconden tot minuten opgepompt. Het opblazen van het ballonnetje kan wat pijnlijk zijn. Soms moet dit oprekken van het bloedvat enige malen achter elkaar gebeuren om een goed resultaat te krijgen. De arts verwijdert de ballon en spuit nogmaals contrastvloeistof in om te kijken of de dotter goed gelukt is.

Plaatsen van een stent

Sommige vernauwingen veren na de dotter weer terug. Het kan dan nodig zijn om een ‘stent’ op de plek van de vernauwing te plaatsen. Een stent is een dun buisje van gevlochten metaal, dat er voor zorgt dat na het dotteren het bloedvat opgerekt blijft.

De duur van de behandeling kan variëren en is in totaal meestal 1 a 1,5 uur. Soms is het bloedvat zo verkalkt dat de dotterbehandeling niet goed lukt.
Na de dotterbehandeling wordt de geleidekatheter weer verwijderd en wordt de prikplaats van de slagader ongeveer 10 minuten dichtgedrukt, of er wordt een soort stopje in het bloedvat geplaatst, de zogenaamde ‘angioseal’. Afhankelijk hiervan krijgt u wel of niet nog een drukverband in de lies en gaat u weer in uw bed liggen.

Na behandeling

U mag na het onderzoek direct weer eten en drinken. Het is belangrijk dat u na het onderzoek veel drinkt, zodat u de contrastvloeistof snel kwijtraakt.
Dezelfde dag of na een nacht kunt u weer naar huis. Soms komt na een dotterprocedure de vernauwing na kortere of langere tijd weer terug. De ingreep kan dan herhaald worden. U kunt pijn hebben na de ingreep. Juist omdat pijn per persoon verschilt, is het belangrijk dat u dit zelf goed aangeeft.

Contact

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met de afdeling Chirurgie via 036 868 87 01.