Het afbreken van de zwangerschap met medicatie

Soms is het nodig om een zwangerschap 24e week af te breken. Dit kan omdat het kindje ernstige aangeboren afwijkingen heeft of omdat het kindje voor de 24e week is overleden.

Afdeling

U kunt hiervoor terecht bij

Meer over

Door het toedienen van medicatie wordt de bevalling opgewekt. U wordt opgenomen en bevallen van uw kindje.

Obductie en chromosomenonderzoek

Als u hier toestemming voor geeft, zal uw kindje na de bevalling onderzocht worden door middel van obductie of een chromosomenonderzoek. Bij een obductie (sectie) onderzoekt een arts (patholoog) de doodsoorzaak of de afwijkingen van uw kind. Bij een chromosomenonderzoek onderzoekt wordt erfelijk materiaal onderzocht.

Tijdens uw opname wordt dit nog een keer gevraagd. Het is goed om met de arts te overleggen hoeveel bedenktijd u nodig heeft en hoeveel tijd geboden kan worden. Zonder uw toestemming vindt er geen obductie- of chromosomenonderzoek plaats.

Voorbereiding

Medicatie thuis innemen

De arts of verloskundige schrijft u 1 tablet Mifegyne 200 mg voor welke u meekrijgt via de polikliniek. De tablet neemt u minimaal 36 uur voor de geplande inleiding thuis in met een glas water. Dit kan voor u een moeilijk moment zijn, vanaf dit moment is het toewerken naar de bevalling gestart. Sommige patiënten voelen zich na het innemen van de tablet minder goed: misselijkheid kan hierbij optreden.

Opnamegesprek

Bij uw aankomst meldt u zich op de afgesproken tijd bij de balie op de verpleegafdeling verloskunde. De verpleegkundige brengt u naar uw kamer en meet uw bloeddruk, temperatuur en pols. Eventueel wordt er nog bloed bij u afgenomen.
Vervolgens heeft u een kennismakingsgesprek met de arts en de verpleegkundige die u die dag zal begeleiden. Zij luisteren naar uw wensen met betrekking tot de bevalling en de geboorte, geven u adviezen en leggen uit wat er verder gaat gebeuren. Als u dit wenst zijn er ook mogelijkheden voor (een) extra gesprek(ken) met een medisch maatschappelijk werker en/of geestelijk verzorger.

Praktische informatie

  • Neem gemakkelijk zittende kleding mee. Eventueel ook nachtkleding.
  • U hoeft niet nuchter te zijn.
  • Uw partner, familielid of dierbare vriend(in), kan gedurende de opname bij u op de kamer verblijven. Er is plek voor 1 volwassene om ‘s nachts bij u te blijven indien gewenst.
  • Er wordt voor één maaltijd gezorgd.
  • Toilet en douche zijn op de kamer aanwezig.
  • Op uw kamer is een televisie aanwezig, het gebruik hiervan is gratis. Er wordt alleen een borg van € 20,- voor de afstandsbediening gevraagd. Deze krijgt u terug als u naar huis gaat en de afstandsbediening weer inlevert.
  • Er is ook gratis Wifi aanwezig in het Flevoziekenhuis.

Behandeling

De bevalling wordt opgewekt met Misoprostol tabletten. De arts brengt de tabletten vaginaal in op de verloskamer. Het medicijn zorgt ervoor dat de baarmoeder zicht samentrekt en de weeën worden opgewekt. Door de medicijnen kunt u last krijgen van misselijkheid, braken, hoofd-, buikpijn en duizeligheid. De klachten kunnen per patiënte verschillen.

De duur van de behandeling is niet goed te voorspellen. Iedere patiënte reageert verschillend op de medicatie. U kunt het beste rekening houden met een opnameduur van 24 tot 48 uur.

Door de medicatie trekt de baarmoeder samen. Deze samentrekkingen/contracties zijn nodig om de baarmoedermond te laten openen om uw baby te laten passeren. Soms blijft ook een continue trekkend gevoel bestaan. Tijdens de contracties kan bloedverlies optreden, dit is een teken dat de baarmoedermond open gaat staan. Ook kunnen, plotseling of soms ongemerkt, de vliezen breken. Het vruchtwater is normaal helder van kleur, maar kan ook donker van kleur zijn. Als dat gebeurd, waarschuwt u dan de verpleegkundige.

Als u veranderingen in het patroon van de contracties opmerkt of een drukkend gevoel in de onderbuik krijgt, waarschuwt u dan direct de verpleegkundige. Dit kan een teken zijn dat uw baby geboren gaat worden. De verpleegkundige roept dan de arts of verloskundige erbij.

De verpleegkundige en de arts komen gedurende uw opname regelmatig bij u kijken. Als u vragen heeft of als u veranderingen in uw situatie opmerkt (pijn, vocht- of bloedverlies) neemt u dan direct contact op met de verpleegkundige.

Pijnbestrijding

Pijnstilling gedurende de bevalling is mogelijk, de verpleegkundige en de arts kunnen u hierover inlichten en adviseren.

De geboorte

Bij het breken van de vliezen en/of bij bloedverlies kan het zijn dat uw baby geboren gaat worden. Sommige patiënten hebben een drukkend gevoel in het bekkengebied of de darmen. De arts zal door middel van een inwendig onderzoek voelen of er ontsluiting is en of de bevalling vordert. Soms zal u gevraagd worden om mee persen. Vaak lukt dit en wordt uw baby geboren. Soms wordt er gewacht op meer uitdrijvende kracht van de baarmoeder. De arts en de verpleegkundige blijven bij u om de geboorte te begeleiden.

Het overlijden van uw baby

Bij een afbreking van de zwangerschap is het kindje meestal al overleden voor de geboorte of overlijdt het tijdens de geboorte Het kan zijn dat het kindje levend geboren wordt. Er is dan nog sprake van hartactie en er kunnen kleine bewegingen zijn. Hiervan is het kindje zich niet van bewust en uiteindelijk zal het kindje overlijden.
Na de geboorte van uw baby, moet ook de moederkoek (placenta) nog geboren worden. De moederkoek kan tegelijk met uw kindje geboren worden of kort erna. De arts of verloskundige en de verpleegkundige letten na de geboorte op het bloedverlies en of de baarmoeder goed samentrekt.
Bij één op de drie patiënten komt de moederkoek niet vanzelf los en moet deze onder narcose worden verwijderd. Dit gebeurt op de operatiekamer en wordt verricht door de gynaecoloog. Als de placenta geboren is, beoordeelt de arts of deze compleet is. Dit gebeurt door er goed naar te kijken of door middel van een echo van de baarmoeder. Alleen kort na de geboorte kan de arts zien of de baarmoeder leeg is. Als u veel bloedverlies heeft en/of de placenta niet compleet is, wordt u alsnog naar de operatiekamer gebracht voor het schoonmaken van de baarmoeder.
Mocht u nog geen infuus hebben dan krijgt u een infuus en de verpleegkundige controleert bij u het bloedverlies, tevens worden uw bloeddruk en polsslag opgenomen. Daarna wordt u begeleid naar de operatiekamer.  De anesthesist neemt samen met de gynaecoloog de zorg over u over.
Na de geboorte van uw kind en van de placenta, wordt u, als de situatie dit toelaat, even met rust gelaten. U kunt uw kind vasthouden, bekijken, aanraken en foto ‘s maken.

Na behandeling

Voor de meeste ouders is het onwerkelijk dat hun kind levenloos geboren wordt. De verpleegkundige en de arts/verloskundige zullen u hierin bijstaan. Zij zullen u adviseren over het zien en aanraken van uw kind, hoe u herinneringen kunt maken etc.

Op enig moment zal de verpleegkundige uw kindje in een omslagdoekje wikkelen en in een mandje leggen. Het mandje, omslagdoekje, mutsje, kleertjes en een knuffeltje mag u ook zelf meenemen. De afdeling verloskunde heeft ook mooie omslagdoekjes. Als u wilt, kan de verpleegkundige uw kind hierin wikkelen.

Begraven of cremeren

Onder 24 weken zwangerschapsduur bestaat in Nederland geen aangifte- en begraaf/crematieplicht. U kunt aangifte doen bij de burgerlijke stand en uw kind begraven of cremeren, ongeacht de zwangerschapsduur.

Weer thuis

Ontzwangeren brengt veel  emoties met zich mee. Vaak voelt u zich drie dagen na de bevalling erg huilerig en labiel. Dit heeft te maken met het herstel van de hormoonspiegels naar de normale situatie. Hierbij komt voor u nog dat het verwerken van de zwangerschapsafbreking veel energie kost. Hierdoor kan uw herstel langer duren dan verwacht. Ook zelfs langer dan bij een voldragen zwangerschap.

Uw verloskundige en huisarts worden door de arts van het Flevoziekenhuis geïnformeerd. Dit gebeurt telefonisch, voordat u het ziekenhuis verlaten heeft. Ook worden huisarts en verloskundige per brief op de hoogte gesteld van de bevalling/afbreking, dit gebeurt per e-mail. In de eerste week na de bevalling zal de verloskundige u bezoeken en controleren of het herstel goed verloopt.

Nazorg vanuit het Flevoziekenhuis

Bij uw ontslag uit het Flevoziekenhuis krijgt u twee afspraken mee. Bij de eerste afspraak (2 weken na de bevalling) wordt aandacht geschonken aan lichamelijk herstel en emotioneel herstel. Soms zijn al enkele uitslagen van onderzoeken binnen. Bij de tweede afspraak (6 weken na de bevalling) worden de definitieve uitslagen van de onderzoeken besproken en ook wordt er met u naar de toekomst gekeken: is er nog een mogelijkheid om weer zwanger te worden en wanneer is dan de beste tijd. Dit zijn vragen die belangrijk voor u kunnen zijn. Indien niet alle uitslagen bekend zijn, wordt er nog een vervolg afspraak gemaakt. U kunt altijd nog vragen om geestelijke bijstand in de vorm van een verliesbegeleider, maatschappelijk werk of een psycholoog.

Contact

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met de afdeling Gynaecologie via 036 868 87 00.