Het plaatsen van een implantaat

Als 1 of meerdere tanden ontbreken of bij een loszittend kunstgebit, kan een implantaat worden geplaatst. Een natuurlijke tand of kies bestaat uit een kroon en een wortel. Een implantaat vervangt de wortel en is dus een kunstwortel. De kaakchirurg plaats deze kunstwortel in het kaakbot.

Afdeling

U kunt hiervoor terecht bij

Meer over

De meeste implantaten zijn gemaakt van titanium, een materiaal dat het lichaam niet afstoot. Een implantaat dat zich goed hecht in het kaakbot kan lang meegaan.

Als u nog eigen tanden en kiezen heeft, moet het tandvlees er omheen gezond zijn. 

Als er niet voldoende kaakbot aanwezig is, moet er eerst een bot worden opgebouwd. Dit heet een ‘augmentatie’. Als uw kaak te laag of te smal is, is eerst een operatie nodig om de kaak te verhogen of verbreden met bot. Het bot kan bijvoorbeeld uit uw heup of bekken worden genomen en verplaatst naar uw kaak. Dit gebeurt onder volledige verdoving (narcose). Na de operatie blijft u meestal 1 dag in het ziekenhuis. Na de operatie is het gezicht een aantal dagen gezwollen. Soms heeft u een bloeduitstorting. Als er bot uit uw heup is gehaald, is lopen en het belasten van de heup de eerste dagen moeilijker en pijnlijk. Na ongeveer 2 weken is dit hersteld. Om het bot goed met uw kaak te laten vergroeien, wordt na deze operatie 2 tot 4 maanden gewacht met het plaatsen van de implantaten. In deze periode kunt u een eventueel kunstgebit niet meer dragen omdat dit het vastgroeien van het getransplanteerde bot kan verstoren.

Soms krijgt u kunstbot.

Voorbereiding

Voor het plaatsen van een implantaat moet soms een richtplaatje (malletje) worden gemaakt in het tandtechnisch laboratorium. Deze wordt gebruikt tijdens het plaatsen van het implantaat. Na het maken van een afdruk van uw kaak, duurt het ongeveer 2 weken voordat het richtplaatje klaar is. U komt nog een keer op controle om het richtplaatje te passen.

Behandeling

De behandeling gebeurt onder plaatselijke verdoving. De kaakchirurg maakt het tandvlees los en maakt het kaakbot zichtbaar. Vervolgens boord de kaakchirurg een gat in het kaakbot en schroeft het implantaat hierin. Daarna wordt het tandvlees gehecht. Met een röntgenfoto controleert de kaakchirurg of het implantaat juist geplaatst is. 

Na behandeling

  • Na het uitwerken van de verdoving, kan de pijn wat erger worden. Hiervoor krijgt u pijnstillers mee.
  • Een beetje nabloeden is normaal. Als u na 3 uur nog nabloedt, neem dan contact op met de polikliniek Kaakchirurgie.
  • Als u een implantaat heeft gekregen in uw bovenkaak, dan kunt u een bloedneus krijgen. Dit is oud bloed en niets ergs.
  • Zwelling kunt u tegengaan door een zakje ijsklontjes in een washandje of een cool pack op de buitenkant van uw wang te houden gedurende 2 uur (5 min erop, 5 min eraf).

Vervolg

1 tot 2 weken na het plaatsen van het implantaat komt u op nacontrole bij de kaakchirurg.

Nadat het plaatsen van het implantaat zal deze vast moeten groeien in het kaakbot. Het vastgroeien van het implantaat aan het kaakbot duurt bij de onderkaak 2 tot 3 maanden en bij de bovenkaak 4 tot 6 maanden. Dit heet de inhelingsperiode.

Na de inhelingsperiode komt u weer op controle bij de kaakchirurg. Deze maakt een röntgenfoto van het implantaat. Als het implantaat goed gehecht is, kan uw tandarts de kroon of brug op het implantaat plaatsen. Na het plaatsen moet de implantaat en de kroon of brug goed onderhouden worden. Naast de dagelijkse mondverzorging is een regelmatig bezoek aan tandarts/mondhygiëniste nodig.

Contact

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met de afdeling Mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie via 036 868 87 49. U kunt ook online een afspraak maken via MijnFlevoziekenhuis.