Kleine ingrepen aan de vulva

Bepaalde aandoeningen aan de vulva kunnen met een kleine ingreep worden opgelost. Deze kleine ingrepen zijn het verwijderen van wratjes, een kleine operatie van de ingang van de vagina, operatie van de schaamlippen en een behandeling voor een ontstoken klier (Bartholinische cyste).

Afdeling

U kunt hiervoor terecht bij

Behandeling

U wordt voor de ingreep meestal opgenomen op de afdeling Dagverpleging. Veel ingrepen kunnen ook gedaan worden via de Poliklinische Operatiekamer (POK) en worden dan vaak niet met narcose gedaan, maar met sedatie (“een roesje”).

Verwijderen genitale wratten

Genitale wratjes komen door een besmettelijke virusinfectie en worden meestal door seksueel contact overgebracht. Maar dit kan ook gebeuren door samen dezelfde washandjes of handdoeken te gebruiken. Uw partner kan dus ook wratjes hebben en kan dit laten onderzoeken bij de huisarts. Als de wratjes op de schaamlippen of rond de anus groeien, wordt vaak eerst geprobeerd deze met een vloeistof of een crème te behandelen. Als deze behandeling niet werkt, als er te veel wratjes zijn of als de wratjes ook in de vagina en/of op de baarmoedermond zitten, dan is het beter deze elektrisch te laten wegbranden. Deze behandeling duurt ongeveer 10 minuten en u krijgt meestal een korte narcose of sedatie. Als er maar een paar wratjes zijn, dan kan dit vaak met plaatselijke verdoving. Tijdens deze ingreep ontstaan kleine huidwondjes.

Verruimen van de ingang van de vagina (Introïtusplastiek)

De ingang van de vagina kan te nauw zijn. Dit kan aangeboren zijn of ontstaan na een bevalling, verzakkingsoperatie of bij het ouder worden. Een te nauwe ingang van de vagina kan problemen geven bij het vrijen. De gynaecoloog kan de ingang van de vagina ruimer maken door een ‘introïtusplastiek’. Bij deze operatie wordt aan de achterkant van de vagina midden bij de ingang een sneetje gemaakt in de lengterichting. Dit sneetje wordt vervolgens in de breedte gehecht waardoor de ingang van de vagina ruimer wordt. De behandeling duurt 10 tot 20 minuten. Bij deze ingreep krijgt u meestal een korte narcose of sedatie, maar het kan soms ook met een plaatselijke verdoving.

Verkleinen van de kleine schaamlippen (Labiumreductie)

Afmetingen en vorm van de kleine schaamlippen zijn bij alle vrouwen verschillend. Soms zijn de kleine schaamlippen zo groot dat zij klachten veroorzaken, bijvoorbeeld bij het dragen van strakke broeken, bij het fietsen of bij het vrijen. De gynaecoloog kan op uw verzoek de kleine schaamlippen verkleinen. Meestal gebeurt dit onder narcose. Omdat de kleine schaamlippen bestaan uit 2 tegen elkaar aan liggende huidlagen zullen de schaamlippen na genezing van de operatiewonden nog wat verder terugtrekken waardoor er meestal nog maar een klein randje over blijft. De clitoris, die aan de voorkant van de vulva tussen de kleine schaamlippen zit, mag bij de ingreep niet beschadigen. Daarom wordt de voorste rand van de kleine schaamlippen vaak minder of helemaal niet verkort. De behandeling duurt ongeveer een half uur. De verzekering vergoedt deze ingreep meestal niet. Vraag dit dus van tevoren goed na.

Behandelen ontstoken klier (Bartholinische cyste)

De klieren van Bartholin zitten bij de ingang van de vagina en maken vocht voor bij het vrijen en de normale vaginale afscheiding. Bij een bartholinische cyste is 1 van deze klieren onstoken. Omdat de klieren een belangrijke functie hebben, besluit de gynaecoloog meestal de ontstoken klier te openen en niet volledig te verwijderen. Vaak wordt na het openen de binnenwand van de holte of het abces aan de huid van de vagina gehecht waardoor er een kanaaltje ontstaat en de klier minder snel weer verstopt. Dit heet marsupialisatie. Soms plaatst de arts een kleine drain (slangetje) dat de opening na de operatie openhoudt zodat het vocht kan doorstromen. Deze drain wordt enkele dagen na de ingreep weer verwijderd. Omdat dit een gevoelig gebied is, krijgt u bij deze ingreep meestal een korte narcose of sedatie. Soms krijgt u een plaatselijke verdoving. De behandeling duurt ongeveer 10 minuten.

Na behandeling

  • Bij al deze ingrepen ontstaat een wond bij de ingang van de vagina. Deze wond kan behoorlijk pijnlijk zijn. Uw gynaecoloog adviseert u over pijnstilling.
  • Kort na de operatie kunt u wat bloedverlies en - omdat de vaginawond wat nat blijft - gelige afscheiding hebben. Dit kan tot 2 tot 3 weken duren en is normaal.
  • Zitten kan na de ingreep pijnlijk zijn. Soms is het praktisch om een ‘windring’ of zwemband te gebruiken om op te zitten.
  • Vanaf 2 dagen na de ingreep kunt u het wondgebied 2 keer per dag afspoelen met een handdouche of gedurende 5 minuten een zitbad nemen met verse of gedroogde kamille. Dit mag ook kamillethee zijn. Gebruik geen zeep, badschuim of badolie!
  • Dep na het baden of douchen het wondgebied voorzichtig droog. Ga niet wrijven.
  • Neem voldoende rust zodat de wonden goed kunnen genezen. Doe zolang u nog veel pijn heeft geen zwaar lichamelijk werk (minimaal 1 week).
  • Na ongeveer 2 tot 3 weken na de operatie heeft u een controle bij de gynaecoloog. De gynaecoloog controleert of de wond goed genezen is.
  • Voor de wond goed is genezen mag u geen tampons gebruiken of vrijen. Wacht hier dus zeker mee tot na de controle.

Contact

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met de afdeling Gynaecologie via 036 868 87 00.