Longoperatie

Bij een operatie wordt vaak een deel van de long verwijderd (lobectomie), maar soms is het nodig om de hele long weg te halen (pneumonectomie). Voor de operatie worden uitgebreide tests gedaan om te bekijken of de patiënt genoeg longcapaciteit overhoudt om een normaal leven te kunnen leiden.

Redenen voor een longoperatie: een ingeklapte long of een goed- of kwaadaardige tumor in de longen.

Afdeling

U kunt hiervoor terecht bij

Meer over

Als de tumor is doorgegroeid in de borstwand, wordt ook een stuk van de borstwand weggenomen tijdens de operatie. Als de tumor minder dan 2 cm verwijderd is van de hoofdsplitsing van de hoofdluchtpijp, wordt ook deze soms verwijderd. Het overgebleven deel van de long wordt weer aan de hoofdluchtpijp gehecht.

VATS of thoracotomie?

De longchirurg kan een longoperatie op verschillende manieren uitvoeren. In de meeste gevallen wordt een operatie aan de long uitgevoerd als kijkoperatie. Deze operatie heet Video Assisted Thoracoscopic Surgery (VATS). Hierbij wordt geopereerd zonder dat de chirurg een grote snede hoeft te maken. De chirurg kijkt met een kijkbuis (thoracoscoop) in de borstholte. Dit is een rechte buis met aan het einde een kleine videocamera en een lampje.

Het voordeel van een kijkoperatie is dat de ribben niet gespreid hoeven te worden. Hierdoor heeft u veel minder pijn na de operatie en herstelt u sneller.

Soms wordt een longoperatie begonnen als VATS, maar lukt het niet om op deze manier uw longprobleem op te lossen. Dan volgt er een thoracotomie. Hierbij maakt de chirurg een wat grotere snede om de borstholte te openen. Bij deze operatie worden de ribben gespreid.
Door de ligging of de grootte van een longtumor (te groot om tussen de ribben door te verwijderen) is een VATS soms niet mogelijk en wordt meteen gekozen voor een thoracotomie.

Een operatie van een long wordt uitgevoerd onder algehele verdoving, meestal in combinatie met een ruggenprik voor de beste pijnstilling na de operatie.

Voorbereiding

U krijgt een operatiejasje aan. Daarna brengt de verpleegkundige u naar de voorbereidingskamer van de operatieafdeling. Daar krijgt u een infuus en wordt u aangesloten op de bewakingsapparatuur. Meestal wordt bij een longoperatie ook een ‘epiduraal katheter’ ingebracht. Dit is een dun slangetje in de rug, waardoor u tijdens en na de operatie pijnstillende medicijnen krijgt.

Behandeling

Het operatieteam doet de laatste controles aan de hand van een checklist. Hierna krijgt u via het infuus de narcose. Afhankelijk van het soort operatie bent u tussen de 2 en 4 uur op de operatiekamer.

Wordt uw longoperatie uitgevoerd als kijkoperatie? Dan maakt de chirurg meestal drie sneetjes van twee à drie centimeter in de huid. Door die sneetjes brengt de chirurg de instrumenten in de borstholte. Als bij u een longkwab wordt verwijderd moet worden, maakt de chirurg hiervoor nog een extra sneetje.

De chirurg kijkt bij een kijkoperatie met een kijkbuis (thoracoscoop) in de borstholte. Dit is een rechte buis met aan het einde een kleine videocamera en een lampje. De kijkbuis wordt tussen de ribben door in de borstholte gebracht en de chirurg kan op een beeldscherm zien wat hij doet.

Wordt uw longoperatie uitgevoerd als thoracotomie? Dan maakt de chirurg een wat grotere snede om de borstholte te openen. Bij deze operatie worden de ribben gespreid.

De chirurg controleert aan het einde van de operatie of de rest van de long (of de luchtweg, na verwijdering van gehele long) geen lucht lekt met een zogenaamde ‘onderwater-test’. En er wordt een slangetje (drain) in de borstkas achtergelaten. Via de drain wordt wondvocht en lucht uit de borstholte afgevoerd, zodat (het overgebleven deel van) de long weer goed op z'n plaats kan gaan zitten.

Wanneer de gehele long wordt verwijderd (een pneumonectomie) is het niet nodig om een drain achter te laten, omdat er geen longweefsel achterblijft waaruit nog lucht of bloed kan lekken. Bij alle andere longoperaties wordt standaard wel een drain achtergelaten.

Nadat de wondjes zijn gehecht, gaat u naar de uitslaapkamer (recovery).

Na behandeling

Na de operatie wordt u wakker op de uitslaapkamer (recovery). Afhankelijk van de operatie verblijft u enkele uren of een nacht op de 24-uurs recovery. Hier kunt u extra goed in de gaten gehouden worden. Het is ook mogelijk dat u na de operatie naar de Intensive Care gaat. Dit is vaak nodig wanneer een hele long is verwijderd (pneumonectomie).

Als er geen bijzonderheden zijn, mag u weer terug naar de afdeling.

Drainpomp

Tijdens de longoperatie wordt er meestal een slangetje (drain) in de borstholte achtergelaten, behalve wanneer de hele long is verwijderd. Met een drainpompje wordt steeds lucht en/of vocht uit de long gezogen. Er wordt soms een röntgenfoto gemaakt om zeker te weten of de long goed op zijn plaats ligt. De arts beoordeelt aan de hand van de productie van de drainpomp of de drain verwijderd mag worden. Meestal is dit het geval na 3 tot 5 dagen.

Contact

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met de afdeling Longziekten via 036 868 88 04