Nazorg na een opname op de Intensive care

Een opname op de Intensive Care is een heftige periode voor de patiënt en zijn of haar naasten. Het ziektebeeld in combinatie met de intensieve behandeling kan leiden tot onverwachte en soms ook langdurige klachten. Daarom biedt het Flevoziekenhuis de juiste nazorg om te kunnen helpen bij klachten of preventief bepaalde klachten te kunnen voorkomen. 

Afdeling

U kunt hiervoor terecht bij

Meer over

Nazorg op de verpleegafdeling

Nazorg op de verpleegafdeling binnen het ziekenhuis doen we door de patiënt te bezoeken op de afdeling. De verpleegkundigen van de IC komen nog een paar keer bij de patiënt langs. Zij kunnen dan vragen en onduidelijkheden beantwoorden. Verder kan de afdelingsverpleegkundige altijd de IC-verpleegkundige vragen om te adviseren en/of te ondersteunen bij uw specifieke verpleegkundige verzorging. Op deze manier is eventuele extra zorg altijd beschikbaar.

Nazorg na ontslag uit het ziekenhuis

Nazorg na ontslag uit het ziekenhuis is bedoeld als ondersteuning voor de patiënt en zijn of haar naasten. Het gaat hierbij om begeleiding bij het verwerken van de IC opname en/of het verwijzen naar specialistische hulp. Ook is er onder begeleiding een rondleiding over de Intensive Care mogelijk. 

Nazorgpolikliniek

Enkele weken na ontslag uit het ziekenhuis ontvangen de patiënt en/of de naasten een uitnodiging om een afspraak te maken bij de nazorgpolikliniek van de Intensive care. In overleg plannen wij voor de patiënt een afspraak met de IC-verpleegkundige en de intensivist. Deze afspraken vinden aansluitend op elkaar plaats. Bij deze uitnodiging is een vragenlijst ingesloten. Deze kan thuis ingevuld worden. Wij verzoeken de patiënt en/of de naasten om deze ingevulde vragenlijst voorafgaand aan de afspraak terug te sturen naar de Intensive care. Tijdens de gesprekken met verpleegkundige en arts bespreken wij de ingevulde vragenlijst. Zonodig en/of gewenst kunnen we verwijzingen regelen naar andere specialisten. Denk bijvoorbeeld aan: een medisch specialist, fysiotherapeut, diëtist, maatschappelijk werker, psycholoog, geestelijk hulpverlener of de huisarts.