Operatie Carpaal Tunnel Syndroom

Het Carpaal Tunnel Syndroom (CTS) is een verzameling van klachten veroorzaakt door een beknelling van de middelste armzenuw in het verloop van de carpale tunnel. Dit is een nauw kanaal gevormd door de polsbotjes en een stevig peesblad tussen pink- en duimmuis aan het begin van de handpalm. In deze tunnel lopen de buigpezen van de duim en vingers en de zenuw.

Afdeling

U kunt hiervoor terecht bij

Behandeling

Het operatiegebied aan de palmzijde van de pols wordt plaatselijk verdoofd of de gehele arm wordt verdoofd met een infuus waarbij het gevoel in de vingers vaak gewoon aanwezig blijft. De stevige bindweefsellaag die de verbinding vormt tussen de pink- en duimmuis, het dak van de carpale tunnel, wordt doorgesneden. Hierdoor wordt de beknelling van de zenuw weggehaald. De tintelingen in de vingers zijn vaak snel over na de operatie, maar kunnen ook langzamer verdwijnen.

 

Na behandeling

Houdt uw hand 24 uur omhoog. Tegen de pijn kunt u paracetamol nemen. Een dag na de ingreep mag het verband worden verwijderd en mag u weer douchen. Het litteken in de handpalm kan enkele maanden tot 1 jaar gevoelig blijven.

Ook kan het soms een aantal weken duren voor de kracht in de hand en pols weer normaal is. Prikkelingen en pijn in de vingers zijn meestal snel verdwenen. Soms blijven de klachten, ook na een operatie, bestaan en een enkele keer moet de operatie opnieuw gedaan worden.

Fysiotherapie

Daarnaast kan een fysiotherapeut van het Flevoziekenhuis u helpen bij uw herstel. De handfysiotherapeut ondersteunt en begeleidt u tijdens uw opname of na uw vertrek uit het Flevoziekenhuis.

Contact

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met de afdeling Orthopedie via 036 868 8805 of de afdeling Plastische chirurgie via 036 868 8843.
U kunt ook online een afspraak maken via MijnFlevoziekenhuis.