Sacrospinale fixatie

Bij een sacrospinale fixatie wordt de verzakte baarmoeder of vaginatop met stevige, onoplosbare hechtingsdraden aan een bindweefselband in het bekken (sacrospinaal ligament) vastgemaakt en op deze manier opgehangen.

Afdeling

U kunt hiervoor terecht bij

Meer over

De sacrospinale fixatie gebeurt via de schede (vagina). De ingreep is onder narcose (algehele anesthesie) of met een ruggenprik (regionale anesthesie). De gynaecoloog en de anesthesist bespreken dit met u. Soms wordt deze operatie gecombineerd met een voorwandplastiek (bij blaasverzakking) en/of met een achterwandplastiek (bij verzakking van de endeldarm).

Succespercentages zijn tussen de 80 en 90%. Er is een kans (10-20%) dat er opnieuw een verzakking optreedt van de baarmoeder. Er bestaan helaas geen behandelingen die garanderen dat verzakkingen niet meer terugkomen.

Voorbereiding

  • De dag van de operatie wordt u opgenomen op onze afdeling Short-Stay. U moet nuchter zijn, wat inhoudt dat u vanaf een bepaald tijdstip niet meer mag eten en drinken. De anesthesioloog en/of medewerker geven u hierover apart informatie tijdens het voorgesprek..
  • U krijgt een medicijnen om trombose te voorkomen. Deze injectie krijgt u in de buik of het bovenbeen.
  • Afhankelijk van wat besproken is met de anesthesioloog wordt u met een ruggenprik of onder algehele verdoving (narcose) geopereerd.
  • Vlak voor de operatie krijgt u antibiotica. Bent u overgevoelig voor bepaalde antibiotica, geef dit dan voor de operatie aan.

Behandeling

Een sacrospinale fixatie is een operatie waarbij de ondersteuning van de baarmoeder of vaginatop (na baarmoeder verwijdering) wordt hersteld. Na een snede in de vagina worden hechtingen geplaatst tussen het sacrospinale ligament (een stevige bindweefselstreng tussen heiligbeen en het uitsteeksel van het zitbeen) en de baarmoedermond of vaginatop.

De hechtingen lossen niet op en daarbij ontstaat er in de loop van de tijd littekenweefsel wat de vagina of baarmoeder zal ondersteunen. De wand van de schede wordt vervolgens dicht gehecht. De operatie is vaak gecombineerd met verzakkingsoperaties.  

Na behandeling

Als u wakker wordt heeft u meestal een katheter (slangetje in de blaas) en vaginaal tampon. Beide zullen de volgende dag worden verwijderd. Nadat u zelf geplast heeft kijkt de verpleegkundige met een bladderscan of u goed uitgeplast heeft. Dit onderzoek via de buik doet geen pijn. Meestal gaat u de volgende dag na de operatie naar huis.

Het is normaal dat u wat meer dikkige, witte afscheiding heeft gedurende 4 tot 6 weken na de operatie. Tot een paar weken na de operatie kunt u ook wat bloederige afscheiding hebben. Dit bloed is vaak bruinig van kleur.

De eerste 6 weken is het belangrijk om niet zwaar te tillen en niet te sporten. Plan ook de eerste 4 tot 6 weken vrij van werk buitenshuis en regel hulp bij zwaar huishoudelijke bezigheden of zorg voor kleine kinderen. Wel kunt u licht huishoudelijk werk doen.

Direct na de operatie kunt u weer onder de douche. Wacht met het nemen van een bad tot de bloederige afscheiding uit de vagina gestopt is. Gebruik geen tampons de eerste 4 weken na de operatie, en wacht 4 weken met vrijen.

Contact

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met de afdeling Gynaecologie via 036 868 87 00.