Voor- en/of achterwandplastiek

Met een voorwandplastiek wordt de uitgezakte voorwand van de schede met daarachter de blaas, die u soms als een bol in de opening van de schede ziet uitpuilen, op zijn plaats teruggebracht. Bij de achterwandplastiek wordt eerst de uitgerekte achterwand van de schede, die u als een bol in de schede ziet uitpuilen, weer op zijn plaats gebracht.

 

 

Afdeling

U kunt hiervoor terecht bij

Meer over

Een verzakking van de schede is een veel voorkomend fenomeen en ongeveer 11% van de vrouwen heeft gedurende hun leven hiervoor een operatie nodig. Een verzakking is vaak het resultaat van beschadiging van de ondersteunende structuren tussen de schede en de blaas en/of endeldarm.

Symptomen van een verzakking zijn een balgevoel of een bal die uit de schede komt. Het kan een zwaar of trekkend gevoel in de schede of lage rug geven en moeilijkheden met plassen en ontlasting. Sommige vrouwen ervaren problemen of ongemak tijdens het vrijen.

Met een voorwandplastiek wordt de uitgezakte voorwand van de schede met daarachter de blaas, die u soms als een bol in de opening van de schede ziet uitpuilen, op zijn plaats teruggebracht. Bij de achterwandplastiek wordt eerst de uitgerekte achterwand van de schede, weer op zijn plaats gebracht.

Voorbereiding

  • De dag van de operatie wordt u opgenomen op onze afdeling Short-Stay. U moet nuchter zijn, wat inhoudt dat u vanaf een bepaald tijdstip niet meer mag eten en drinken. De anesthesioloog en/of medewerker van het preoperatief spreekuur geven u nadere informatie.
  • U krijgt een medicijnen om trombose te voorkomen. Deze injectie krijgt u in de buik of het bovenbeen.
  • Afhankelijk van wat besproken is met de anesthesioloog wordt u met een ruggenprik of onder algehele verdoving (narcose) geopereerd.

Behandeling

Voorwandplastiek

De gynaecoloog doet deze operatie via de schede. De uitgezakte voorwand van de schede met daarachter de blaas, die u soms als een bol in de opening van de schede ziet uitpuilen, wordt op zijn plaats teruggebracht. De gynaecoloog maakt in het midden van de voorwand van de schede een snee. De vaginawand wordt daarna losgemaakt van de uitbollende blaas en urinebuis die daaronder liggen. De gynaecoloog verkort het ruime bindweefsel rond de blaas en zet dit in het midden weer aan elkaar. De blaas kan hier nu op rusten en de verzakking verdwijnt. Daarna wordt de schedewand, die ook te wijd geworden is, ingekort.  De wand van de schede wordt daarna over het bindweefsel en de blaas heen gehecht.  Zo komt de voorwand van de schede weer op de normale plaats. De uitstulping verdwijnt zo.

Achterwand- en bekkenbodemplastiek

Bij de achterwandplastiek wordt eerst de uitgerekte achterwand van de schede, die u als een bol in de schede ziet uitpuilen, weer op zijn plaats gebracht. In het midden van de achterwand van de schede maakt de gynaecoloog de schedewand los van de uitbollende darm die daaronder aanwezig is. Vervolgens wordt het ruime bindweefsel rond de darm ingekort en in het midden aan elkaar gezet. De darm kan hier nu op rusten en de darmverzakking verdwijnt. Daarna neemt de gynaecoloog de bekleding van de schedewand, die ook te wijd geworden is, gedeeltelijk weg. De wand wordt daarna over het bindweefsel en de darm heen gehecht. Zo komt de achterwand van de schede weer op de plaats waar hij hoort te zitten en is de uitstulping verdwenen. Dit wordt een achterwandplastiek genoemd. Daarna volgt soms een bekkenbodemplastiek.  De bekkenbodemspieren die zich aan de achterkant van de schede bevinden, worden aan de achterkant van de schede naar elkaar toegetrokken. Hierdoor wordt de bekkenbodem verstevigd en wordt de ingang van de schede nauwer.

Na behandeling

Als u wakker wordt heeft u soms een katheter (slangetje in de blaas) en tampon in de schede. Beide zullen de volgende dag worden verwijderd. Nadat u zelf geplast heeft kijkt de verpleegkundige met een bladderscan of u goed uitgeplast heeft. Dit is een niet pijnlijk onderzoek via de buik. Meestal gaat u de dag na de operatie naar huis.

Het is normaal dat u wat meer dikkige, witte afscheiding heeft gedurende 4 tot 6 weken na de operatie. Tot een paar weken na de operatie kunt u ook wat bloederige afscheiding hebben. Dit bloed is vaak bruinig van kleur.

Na enkele weken kunt u via de schede hechtingen verliezen. Hierover hoeft u zich niet ongerust te maken.

De eerste 6 weken is het belangrijk om niet zwaar te tillen en niet te sporten.  Plan ook de eerste 4 tot 6 weken vrij van werk buitenshuis en regel hulp bij zwaar huishoudelijke bezigheden of zorg voor kleine kinderen. Wel kunt u licht huishoudelijk werk doen.

Direct na de operatie kunt u weer onder de douche. Wacht met het nemen van een bad tot  de bloederige afscheiding uit de vagina gestopt is. Gebruik geen tampons de eerste 4 weken na de operatie, en wacht 4 weken met vrijen.

Advies ten aanzien van werken: meestal gaan vrouwen tussen de 4e en 6e week weer aan het werk. Dit uiteraard afhankelijk van het soort werk en de zwaarte van uw werk.

Ontlasting: om obstipatieproblemen te voorkomen, adviseren wij u het volgende; eet vezelrijke voeding zoals volkoren producten en fruit en drink minimaal anderhalf tot twee liter per dag.

Contact

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met de afdeling Gynaecologie via 036 868 87 00.