Ruggenprik bij kinderen (lumbaalpunctie)

Om hersenvliesontsteking met zekerheid vast te stellen onderzoekt de arts het hersenvocht tussen de vliezen. Hiervoor haalt de arts met een ruggenprik (lumbaalpunctie) ruggenmergvocht uit het lichaam. Dit vocht staat in verbinding met het hersenvocht. De arts prikt in het onderste deel van de rug tussen de werveluitsteeksels, zodat de prik het ruggenmerg niet kan beschadigen.

Afdeling

U kunt hiervoor terecht bij

Voorbereiding

Soms kunnen ontstekingen zwellingen veroorzaken in de hersenen waardoor een ruggenprik niet veilig is. Daarom wordt vaak eerst een CT-scan van de hersenen gemaakt.

Onderzoek

Tijdens het onderzoek ligt uw kind op de zij met een bolle rug en opgetrokken knieën op de behandeltafel. Deze houding zorgt ervoor dat de arts vaker in 1 keer goed prikt en het minder pijn doet. De verpleegkundige helpt uw kind met deze houding. Soms kan een medisch pedagogisch zorgverlener uw kind ondersteunen als dat nodig is. U mag zelf ook tijdens het hele onderzoek bij uw kind blijven.

Uw kind krijgt een verdovende zalf om de huid te verdoven. Als de verdoving is ingewerkt, haalt de arts de zalf weg en bepaalt de plek om te prikken. De arts desinfecteert de huid en plaats de naald. Het prikken kan pijn doen. Via de naald vangt de arts het vocht op in een aantal buisjes. Hiervan voelt uw kind niets. Na het prikken krijgt uw kind een pleister op het wondje.

Na onderzoek

Na de ruggenprik kan uw kind pijn hebben op de plek waar is geprikt. Ook kan het hoofdpijn hebben, duizelig zijn, pijn in de benen hebben en misselijk worden. De ergste klachten gaan meestal snel weer over, maar houdt er rekening mee dat uw kind hier een paar dagen last van kan blijven houden. Als pijnstilling kan uw kind paracetamol krijgen. Het is verstandig na de prik een paar dagen rustig aan te doen.

Als uw kind na de ruggenprik erg veel last heeft, kan het zijn dat uw kind iets langer in het ziekenhuis moet blijven.

U hoort van uw behandelend arts wanneer en hoe u de uitslag van het onderzoek krijgt.

Contact

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken? Neem dan contact op met De Kinderkliniek via 036 763 00 30. Buiten kantoortijden is dit nummer doorgeschakeld naar het Flevoziekenhuis, waar u – alleen voor spoedgevallen – kunt vragen naar de dienstdoende kinderarts.