Menopauzepoli

Elke vrouw krijgt ermee te maken: de overgang of menopauze. Het is een periode in het leven van vrouwen waarin er veel verandert, niet alleen in hormonaal opzicht. Het is ook het begin van een andere levensfase. Kinderen de deur uit, een heroriëntatie in de werksituatie, en soms toenemende mantelzorg voor ouders. Vrouwen die veel last van overgangsklachten hebben, kunnen terecht op de Menopauzepoli van het Flevoziekenhuis.

Meerdere klachten

De menopauze is het einde van de vruchtbare levensfase. De eierstokken worden langzamerhand minder actief, de menstruaties veranderen en houden uiteindelijk op. Ook kunnen er lichamelijke klachten zijn. Onregelmatige of langdurige bloedingen veroorzaken soms bloedarmoede en moeheid. Hiervoor bestaan goede en vaak simpele behandelingen. Opvliegers en nachtzweten verstoren de nachtrust, wat kan bijdragen aan verergering van psychische klachten, zoals gejaagdheid of futloosheid. Ook andere klachten komen voor, zoals spier- of gewrichtspijnen. Soms spelen er seksuele klachten, zoals minder zin in vrijen en pijnklachten ten gevolge van een droge vagina. Gelukkig hebben de meeste vrouwen geen overmatige last van overgangsklachten. Maar andere vrouwen hebben zo veel (vroege) overgangsklachten, dat zij niet meer goed kunnen functioneren. Ook vrouwen die na een behandeling voor borstkanker plotseling in de overgang zijn gekomen, zijn welkom op de Menopauzepoli.

Met of zonder hormonen

We onderzoeken bij elke vrouw met hinderlijke klachten of de klachten door de overgang veroorzaakt worden. Is dat het geval, of speelt er iets anders? Daar nemen we de tijd voor. Als het overgangsklachten zijn, geven we informatie over de voor- en nadelen van mogelijke behandelingen, met of zonder hormonen. Klachten van opvliegingen en nachtzweten zijn vaak goed te verhelpen met een behandeling met hormonen. We bespreken vragen en zorgen van vrouwen over hormoongebruik en geven informatie over de voor- en nadelen. Daarnaast geven we ook adviezen over een gezonde levenswijze en behandeling met niet-hormonale middelen. Eventueel is verwijzing naar de internist-endocrinoloog mogelijk.