Drukplekken: zo herken en voorkom je ze
Een rode plek op je huid, pijn aan je hiel of een gevoelige plek bij je stuitje. Het lijken misschien kleine ongemakken, maar het kunnen de eerste tekenen zijn van een drukplek. Sandra Lelieveld is wondverpleegkundige in het Flevoziekenhuis. Ze ziet dagelijks hoe belangrijk het is om huidproblemen op tijd te herkennen. “Als je er vroeg bij bent, kun je vaak voorkomen dat een kleine plek een ernstige wond wordt.”
Met aandacht
Sandra werkt samen met haar collega's Gerda, Bianca en Marianne in het wondzorgteam van het Flevoziekenhuis. Samen helpen zij patiënten met wonden die extra zorg nodig hebben. Ze beoordelen wonden, geven advies over de behandeling en helpen bij het herstel.
“Een wond kan veel invloed hebben op iemands dagelijks leven. Sommige wonden genezen moeilijk en kunnen veel pijn veroorzaken. Daarom kijken we niet alleen naar de wond zelf, maar ook naar wat iemand nodig heeft om zo goed mogelijk te herstellen.”
Een drukplek ontstaat sneller dan je denkt
Een van de huidproblemen waar Sandra regelmatig mee te maken krijgt, is decubitus. Dit is de medische naam voor een drukplek. Zo'n plek ontstaat als iemand lange tijd in dezelfde houding zit of ligt. Door de druk kan de huid beschadigen.
“Vooral mensen die weinig bewegen of veel in bed liggen, lopen risico”, legt Sandra uit. “Drukplekken ontstaan vaak op plaatsen waar het lichaam veel op rust. Denk aan de hielen, stuitje, heupen en billen.”
Kijken én voelen
Een drukplek begint niet altijd met een zichtbare wond. “Soms voelt iemand eerst pijn of merk je dat de huid warmer of harder is dan normaal. Bij een lichte huid zie je vaak roodheid. Bij een donkere huid is een verkleuring soms moeilijker te herkennen. Daarom is mijn advies: kijk niet alleen, maar voel ook aan je huid.”
Als de druk op de huid blijft, kan er een blaar of open wond ontstaan. En zo'n wond kan lastig genezen. “Dat willen we natuurlijk voorkomen. Hoe eerder je de signalen herkent, hoe beter.”
Kleine handelingen maken een groot verschil
Volgens Sandra kun je zelf veel doen om drukplekken te voorkomen. “Het belangrijkste is om regelmatig van houding te veranderen. Zo voorkom je dat er te lang druk op dezelfde plek komt. Controleer daarnaast je huid, vooral bij je hielen en stuitje.”
Kun je zelf moeilijk bewegen? Dan is het belangrijk om hulp te vragen. “Ook familieleden en mantelzorgers kunnen helpen door alert te zijn op veranderingen van de huid.”
Wacht niet te lang met hulp vragen
Sandra benadrukt dat je een beginnende drukplek serieus moet nemen. “Merk je dat een plek pijnlijk, warm of hard wordt? Of zie je een verkleuring, blaar of wond? Neem dan contact op met je huisarts of verpleegkundige. Dat geldt ook als een wond groter wordt of niet goed geneest.” Heb je daarnaast koorts? Neem dan direct contact op met een arts.
Wat Sandra vooral wil meegeven? “Een drukplek voorkomen is altijd beter dan een wond behandelen. Kijk en voel daarom regelmatig aan je huid. Blijf bewegen als dat kan en vraag op tijd om hulp. Daarmee kun je veel problemen voorkomen.”