Klachten en gevoelens
Een belangrijk aspect van palliatieve zorg is het bestrijden van lichamelijke klachten zoals pijn, benauwdheid en misselijkheid. Longarts Pronk: “Maar daarnaast hebben we vooral ook aandacht voor de gevoelens en gedachten van de patiënt. Mensen met een ongeneeslijke ziekte kunnen bijvoorbeeld angst, verdriet of somberheid ervaren. We betrekken ook de familie in het proces. We helpen hen bij het omgaan met de ziekte en bij de rouwverwerking na het overlijden.”
Moet alles wat kan?
Volgens de longarts is het belangrijk dat een arts al in een vroeg stadium naar de wensen van de patiënt vraagt. “Dat is essentieel om goede zorg te kunnen verlenen,” zegt ze. “Veel patiënten willen bijvoorbeeld thuis overlijden. Maar als je daar niet met elkaar over hebt gesproken, kan die wens ook niet worden uitgevoerd. Wij maken lastige onderwerpen bespreekbaar. Daarmee voorkom je ook dat iemand een behandeling krijgt die hij niet meer wil. Wil iemand bijvoorbeeld nog wel gereanimeerd worden? Of nog een keer opgenomen worden als hij weer een infectie heeft? Met andere woorden: moet alles wat kan? Over dat soort vragen praten we. Mensen voelen zich door ons gehoord en gesteund.”
Waardevol
Als longarts heeft Lemke Pronk regelmatig te maken met patiënten die niet meer beter worden. “Als ik in zo’n situatie toch nog iets kan doen wat iemand graag wil, dan is dat voor mij heel waardevol. Zo was ik laatst bij een patiënt die nog maar een paar dagen te leven had. Boven zijn bed hing een foto van een jonge vrouw, spelend op een harp. Zijn kleindochter, vertelde hij trots. Ik heb contact met haar opgenomen en haar gevraagd of ze nog een keer in het ziekenhuis harp voor haar opa zou willen spelen. Dat heeft ze gedaan. Hij vond het prachtig, was tot tranen geroerd. Een paar dagen later overleed hij.”
Verjaardag
Het zit ‘m soms in kleine dingen, zegt Lemke. “Zo was een andere patiënt bijna jarig. Hij was de laatste tijd hard achteruitgegaan en zijn verjaardag was wel het laatste waar hij zin in had. Ik stelde hem voor om het tóch te vieren, samen met een paar dierbaren. Uiteindelijk stemde hij in. Ik regelde een kamer in het ziekenhuis met voor iedereen een hapje en een drankje. Achteraf zei hij me dat dit heel waardevol voor hem was geweest.”
Goede zorg
“Juist dat stukje extra aandacht is voor mij de definitie van goede zorg,” benadrukt Lemke. “Dat leer ik onze arts-assistenten ook. Kijk naar de foto’s boven iemands bed, ga écht in gesprek met je patiënt en praat over meer dan alleen de ziekte. Want vooral in die laatste levensfase kan een klein gebaar soms veel uitmaken. Met het TOPZ-team kunnen we waarmaken wat we beloven: het proactief inzetten van palliatieve zorg, in een zo vroeg mogelijke fase van een ongeneeslijke ziekte.”
Beter bereikbaar
Het Team Ondersteuning bij Palliatieve Zorg (TOPZ bestaat uit drie verpleegkundigen, twee specialisten, een geestelijk verzorger en een maatschappelijk werker. Het team biedt patiënten én hun naasten proactief ondersteuning aan in de moeilijke laatste levensfase. De patiënt of familie kan ook zelf om een gesprek met het team vragen. Dat kan zowel poliklinisch als tijdens een opname in het ziekenhuis.
Het verschil tussen terminale en palliatieve zorg
Palliatieve zorg en terminale zorg worden vaak met elkaar verward. Het grootste verschil is de duur van de zorg. Terminale zorg is van korte duur, gericht op mensen die binnen drie maanden komen te overlijden. Palliatieve zorg wordt gegeven aan mensen met een chronische ziekte waar ze niet meer beter van worden. Voorbeelden zijn kanker, dementie, neurologische aandoeningen, hart- en vaatziekten en longaandoeningen zoals COPD. Soms kun je met zo’n ziekte nog jaren leven, soms is de palliatieve fase veel korter.