Dit jaar bestaat het Flevoziekenhuis 35 jaar. In 1991 verhuisde het Burgerziekenhuis uit Amsterdam naar Almere en ging het verder onder de naam Flevoziekenhuis. Sindsdien veranderde er veel, zowel binnen het ziekenhuis als in de stad. Almere groeide in die periode uit van een jonge stad tot een gemeente met ruim 230.000 inwoners. 1Almere blikt samen met medewerkers die al vele jaren in het ziekenhuis werken terug op die ontwikkelingen.
"Het was klein en gemoedelijk. Ik kwam uit een academisch ziekenhuis in Leiden, waar alles enorm groot was. Hier hadden we een kleine poli met twee spreekkamers en een kleine behandelkamer." Niet alleen het gebouw veranderde in de afgelopen 25 jaar, ook de manier van werken, de zorg en de patiënten veranderden. Bok maakte die ontwikkeling van dichtbij mee.

Toen hij de vacature voor KNO-arts zag, wist hij eigenlijk nog maar weinig van Almere. "Eigenlijk wist Nederland ook niet waar Almere lag. En ik wist het zelf ook niet zo goed." Hij herinnert zich nog goed dat hij bij zijn sollicitatie een kaartje kreeg waarop de ligging van Almere stond aangegeven. "Dat was echt nodig. Mensen dachten vaak dat Almere ergens bij Lelystad lag."
Toch raakte hij nieuwsgierig. Vooral de mogelijkheid om mee te bouwen aan een jonge afdeling sprak hem aan. "Er stond iets in over otologie, de oorheelkunde. Dat vond ik interessant. Ik dacht: laat ik toch eens gaan praten." Dat gesprek veranderde zijn loopbaan. Op 1 januari 2000 begon hij als KNO-arts in het Flevoziekenhuis.
Groei
Hij kwam terecht in een ziekenhuis dat nog volop in ontwikkeling was. "Je moet je voorstellen: iedereen kende elkaar. Als je hier begon, werd je door een collega meegenomen langs alle afdelingen om kennis te maken. Dat kan nu natuurlijk niet meer." Ook zijn eigen vakgroep groeide flink. "Ik kwam erbij als derde KNO-arts. Nu zijn we met zeven."

Die groei zag hij overal terug. Waar vroeger de namen van alle zestig specialisten nog gemakkelijk in een kolom van het personeelsblad pasten, werken er nu ongeveer 150 medisch specialisten en in totaal 2000 medewerkers. Toch vindt Bok het belangrijk dat het ziekenhuis iets van die beginjaren heeft behouden. "Dat kleine en jonge, dat pioniersgevoel, zit nog steeds in dit ziekenhuis. Terwijl de stad enorm groot is geworden."
Een belangrijk moment in de ontwikkeling van het ziekenhuis was volgens Bok de introductie van Planetree, een zorgconcept waarbij niet alleen de medische behandeling centraal staat, maar ook de aandacht voor de mens achter de patiënt. "Het idee was: de medische zorg kan heel goed zijn, maar het gaat ook om alles eromheen. Voelt iemand zich gezien? Voelt iemand zich prettig?"
Volgens Bok speelde iedereen in het ziekenhuis daarin een rol. "Een medewerker van de schoonmaak komt meerdere keren per dag bij patiënten op de kamer. Die ziet soms als eerste dat iemand vooruitgaat. Dan kun je ook zeggen: 'Goh, u ziet er beter uit dan gisteren.' Dat is ook zorg." In 2010 kreeg het Flevoziekenhuis als eerste Europese ziekenhuis het Planetree-label. Dit is een internationaal kwaliteitskeurmerk voor mensgerichte zorg.
Ronde tafels
Ook bij de nieuwbouw in 2009 werd veel aandacht besteed aan de manier waarop patiënten het ziekenhuis ervaren. Bok noemt de spreekkamers van de KNO-afdeling als voorbeeld. "Wij hadden geleerd dat gesprekken beter verlopen als mensen rond een tafel zitten. Je zit dan meer samen rond het probleem."
Daarom koos de afdeling bewust voor ronde tafels. Een kleine verandering, maar volgens Bok met een groot effect. "Het grappige was: we hadden alleen nog maar een ronde plaat op de tafel gelegd, zonder mooie afwerking. Toch zeiden patiënten meteen: 'Wat leuk, een ronde tafel.' Je merkt gewoon dat het anders voelt."
Digitalisering
Ook de digitalisering veranderde het werk ingrijpend. Toen Bok begon, werkte het ziekenhuis nog volledig met papieren dossiers. "Alles stond in een grote gele map. Als die map kwijt was, had je een probleem. Dan wist je soms echt even niets van een patiënt."
Nu is vrijwel alles digitaal. Dat maakt de zorg volgens hem veiliger. "Op de spoedeisende hulp kunnen ze nu meteen zien wat er eerder met een patiënt is gebeurd. Dat is een enorme vooruitgang." Tegelijkertijd ziet hij ook een keerzijde. "Vroeger pakte je een receptenbriefje, zette een stempel en klaar. Dat duurde vijf seconden. Nu wordt alles gecontroleerd en digitaal verwerkt. Het is veiliger, maar het kost ook meer tijd."
Ook de patiënten veranderden in de afgelopen 25 jaar. Volgens Bok zijn Almeerders mondiger geworden en willen zij meer weten en meebeslissen over hun behandeling. “Dat past ook wel bij Almere. Mensen zeggen niet zomaar: 'Dokter, zegt u het maar.' Ze willen weten welke keuzes er zijn.”

'Ik zie je, ik zorg voor je'
Die ontwikkeling sluit volgens hem goed aan bij de manier waarop het Flevoziekenhuis wil werken. De slogan 'Ik zie je, ik zorg voor je' vat dat voor hem goed samen. "Dat moet niet alleen een slogan zijn. Het gaat erom dat je elkaar echt ziet. Patiënten, collega's, iedereen."
Voor de toekomst verwacht Bok dat de zorg opnieuw flink zal veranderen. Niet alleen door nieuwe technologie, maar ook doordat steeds meer zorg buiten het ziekenhuis plaatsvindt. "Misschien wordt het ziekenhuis niet veel groter, maar verandert de manier waarop we zorg geven. Meer thuis, dichter bij mensen en meer gericht op het voorkomen dat mensen ziek worden."
Na 25 jaar kijkt hij vooral met trots terug op wat er is ontstaan. "Toen ik hier kwam, was het klein en knus. Nu zijn we driemaal zo groot en professioneler. Maar die jonge geest, dat gevoel van samen iets opbouwen, zit er nog steeds in."
Tekst door Maud Sips Bul, 1almere